|
Categorie:
gedicht
Toen vader stierf, (ik zag de kraaien lachen in de gang) en ik een eendje werd dat moeder niet kon volgen Toen ik ervoer, dat leven net zo goed ook dood was, ontmoeting afscheid hemel hel, probeerde ik er, iedere dag weer eentje bij te rekken, beklom ik onbekende bergen het land van donker met aan de reddingslijn de zwarte was |
|
Categorie:
gedicht
Boot Ik maak een boot hij is van ons Ik noem'm "Overal Gevaren" maar misschien beter "Wrok" En iedereen mag er dan op, als we gaan varen niet achterom zien We nemen lekker drinken mee lekkere broodjes geen tv. En misschien gaan we zingen, en huilen om te vroeg gestorven kinderen en later misschien lachen en lief zijn tot het morgen wordt
|
|
Categorie:
gedicht
Beste Lente, Ja, laten we het doen, voor even, de koele leegte breken of laten we, zeker als jou dat beter lijkt een koffie-afspraak maken misschien voor als je wilt, volgende week En waar zullen we komen dan, wanneer, hoe laat, misschien ook hoe En doe je dan misschien, een beetje, een likje, zoete koffie in je oksel dat ik dat weglik, of een scheutje in je navel of in een gleufje weet ik veel En dat het dan langzaam verdwijnt, met zachte zoenende likjes, dat alles verdwijnt, maar dat terugkomt, dat voor even, alles nat wordt en warm en vol |
|
Categorie:
gedicht
Waarom kon ik niet één keer een beminnelijke heldhaftige fabelachtige jeugd beleven, waard om op gouden bladen beschreven te worden,- niet voor mij weggelegd! Door welke misdaad, welke dwaling heb ik mijn tegenwoordige zwakheid verdiend? Gij die voorgeeft dat dieren van verdriet snikken, zieken wanhopen en doden door dromen gekweld worden, waarom probeert gij niet woorden te vinden voor mijn ondergang en slaap? Zelf ben ik evenmin in staat mij te uiten als de bedelaar met zijn eeuwige Pater en Ave Maria. Ik kan niet meer spreken! Toch geloof ik vandaag dat ik aan de betrekkingen met mijn hel een einde gemaakt heb. Het was wel degelijk de hel; de oude waarvan de poorten door de zoon des mensen geopend werden. In de zelfde woestijn en in dezelfde nacht ontwaken mijn ogen telkens weer om naar de zilveren ster te zien, telkens weer zonder dat de Koningen des Levens, de drie Wijzen uit het oosten, het hart, de ziel en de geest, de minste ontroering tonen. Wanneer gaan wij over zandvlakten en bergen op weg om de geboorte van de nieuwe arbeid te begroeten, de nieuwe wijsheid, de vlucht van de tirannen en duivelen en de dood van het bijgeloof, op weg om -als de eersten!- Kerstmis op aarde te vieren! Het gezang van de hemelen, de optocht van de volkeren! Slaven, laten wij het leven niet vervloeken!
Arthur Rimbaud/ vertaling Adriaan Morrien |
|
Categorie:
gedicht
Conserven worden in blik bewaard. Het gladde film-lint. Paramount-Journaal Een sprong van twaalf verdiepingen. Manoeuvres. Een echt Chinezenlijk. Het front. Tanks. Staal.
En hup- nu ijshockey. Berlijn-Chicago een base-ball-keeper, een ruitjes-masker op. Een koningin begraven, 't hof in rouw. 'Romani', brult van 't Capitool een zot.
Een ijsbeer die met girls danst in Alaska. Jack Dupon sprong over vijf vaten wijn. Een heel gezin- de meid zelfs- met gasmaskers. Een jongen van drie jaar met een karabijn.
Een nieuwe pantserkruiser loopt van stapel We zien in zee een schip met koffie legen. Wordt later ooit dit beeld nog eens vertoond, Dan vraag ik te bedenken: ik was tegen
Antoni Slonimski/ vert. T. Eekman
|
|
Categorie:
gedicht
Neem mij. Ik kleed mij uit, geen man geen vrouw geen dood geen leven jij en ik. Ik zal gezeglijk zijn, een dier, spinnen luisteren een kwispelende hond een zuigend lam of als een hengst. Een lustig bos een zwoele voorjaarsdag. Als warm gewillig vlees maar niet in staat en ingehoudend hijgend. Je zult tot leven moeten wekken. Daarna zal ik een beetje sterven vrees ik.
|
|
Categorie:
gedicht
Meneer Ja jongen Meneer, wat doen die blaadjes Die bewegen jongen Waarom doen ze dat Dat doet de wind Maar waarom doet de wind dat Nou, als ergens weinig lucht is, dan gaat de wind daar heen Is dat ook zo met eten Nee jongen, met eten is dat niet |
|
Categorie:
gedicht
Er komt een dag dat men niet langer zegt: Mijn God Tijd van volstrekte loutering, tijd dat men niet meer zegt: Geliefde,omdat de liefde nutteloos is gebleken. En de ogen schreien niet en de handen weven slechts het harde werk en het hart is dor. Vergeefs kloppen de vrouwen aan uw deur: gij zult niet openen, gij zijt alleen gebleven en uw lamp is uit, maar in het donker lichten uw ogen kolossaal. Gij zijt alleen maar zekerheid, kunt niet meer lijden en niets verwacht gij van uw vrienden. Wat geeft het, ouderdom, wat is dat , ouderdom? Uw schouders torsen de wereld en zij weegt niet meer dan een kinderhand. Oorlog, hongersnood, discussies in gebouwen bewijzen slechts dat het leven verder gaat, dat nog niet iedereen zich heeft bevrijd. Er zijn er die het schouwspel te barbaars vinden (de fijngevoeligen) en liever zouden sterven. Er is een tijd gekomen dat het zinloos is te sterven Er is een tijd gekomen dat het leven een bevel is. Alleen het leven, zonder boerenbedrog.
Carlos Drummond de Andrade / vertaling M. de Jong |
|
Categorie:
gedicht
Er komt een nacht dat je harde slagen op de deur zult horen. En het zullen mensen zijn die kwamen met hun waarlijke gezicht. Je zult opendoen, alsof je het verwachtte, alsof je geen kind was. Zij komen binnen en het zijn allen: vijanden en vreemden en vrienden. Vergeefs probeer je te vinden een spoor van berouw op de gezichten. Je zoekt niet meer. want voor zij spreken heb je het begrepen..... Dan doe je kalm je jasje uit om het hun te geven, je doet je hemdje uit om het hun te geven. Ze hoeven geen moeite te doen: Jij wijst hun de weg om te nemen te nemen te nemen. Hun blijft geen enkele twijfel dat ze niet alles genomen hebben. Niets is er over. En eens zullen ze ophouden en zullen ze voldaan weggaan en op dat ogenblik zul jij weer huilen
Renos Apostolidys/ vert. M.blijstra-van der Meulen |
|
Categorie:
gedicht
Vandaag is het zondag Voor de eerste maal, vandaag hebben ze me losgelaten naar de zon en ik heb voor de eerste keer in mijn leven de hemel bekeken zonder bewegen verbaasd dat hij zo ver van mij was dat hij zo blauw dat hij zo wijd was. Ik heb me op de grond gezet gans eerbiedwaardig en rug aan rug heb ik me aan een witte muur gekleefd. Ik kom er op dit ogenblik niet toe mij in de golven van de zee te storten. Er is geen strijd dit ogenblik. Er is geen vrijheid en geen vrouw. Aarde, zon en ik. een gelukkig man ben ik.
Nazim Hikmet/ vertaling Paul Snoek |
|
Categorie:
gedicht
Man 50 jaar Getrainde kauw- en rukspieren Zoekt zin van leven
Het mag ook rust zijn Of blijdschap En het hoeft niet elke dag
Van tijd tot tijd Een beetje Genoeg om door te gaan |
|
Categorie:
gedicht
Gisteren heb ik met een prachtige oude vlam gesproken ik had nog bijna niets gezegd toen ze me zei dat het vanuit een goed hart kwam dat het welgemeend was en dat ze, als ik het niet erg vond het liefste meteen de diepte in ging. En ik keek voorzichtig, naar haar heerlijke decollete, waaronder zich haar goede hart bevond En ik dacht van grijp me, grijp me neem me met je mee maar dat is natuurlijk niet de bedoeling als mensen getrouwd zijn |
|
Categorie:
gedicht
Je roofde alle sterren die boven mijn hart stonden Mijn gedachten verwarren zich ik moet dansen Altijd doe je wat mij op doet zien om mij te vermoeien Ik kan de avond niet meer over de heggen dragen In de spiegel der beken vind ik mijn beeld niet meer De aartsengel heb je zijn zwevende ogen ontstolen Maar ik nip aan het zoet van hun blauwte Mijn hart gaat langzaam onder in ik weet niet waarin- Misschien wel in jouw hand Overal tast zij diep in mijn weefsels
Elske Lasker-Schuler/ vert. Ad den Besten |
|
Categorie:
gedicht
1 Ik verheerlijk en bezing mijzelf, en wat ik voor mij vorder, zult u vorderen voor u, want elk atoom van mijn leven, is een atoom van uw leven. Ik ga om in de natuur en bepeins hoe zij zich weerkaatst in mijn ziel, ik dwaal rond, leg mij neder en sla een grasspriet gade. Mijn spraak, elk bloedatoom in mij, is voortgekomen uit deze zelfde grond en uit deze zelfde lucht. hier geboren, uit ouders hier geboren ook, uit ouders gelijkelijk hier geboren en hun ouders ook, Ik, nu zevenendertig jaren oud, volkomen gezond, ga uit tot mijn arbeid, hopende die arbeid te kunnen voortzetten tot mijn stervensuur. Ik laat credo's en theorieen voor wat zij zijn, in mijn beschouwing is hun aanzijn reeds voldoende, maar nooit vergeet ik ze, Goed en kwaad zijn mij welkom, beide mogen spreken als het leven hun dringt, Natuur, zonder dwang, en met oerkracht. 8 Walt Whitman, een kosmos, zoon van Manhattan Onstuimig, vleselijk, zinnelijk,etende, drinkende,leven verwekkende, Geen sentimentalist, zich niet verheffende boven mannen en vrouwen, zich niet van hen afscheidende, Niet bescheidener dan onbescheiden. Ontschroef de deursloten! Ontschroef de deuren zelf van de scharnieren! Wie ooit een ander vernedert, vernedert mij! En wat ooit gedaan of gezegd wordt komt tenslotte tot mij. Door mij gaat de stroom der goddelijke wijsheid, in mij de verklaring van leven en toekomst. Ik spreek het oer-wachtwoord, ik geef het teken der Democratie, Bij God! Niets zal ik aanvaarden waaraan niet allen op dezelfde voorwaarden deel kunnen hebben. Door mij spreken verboden stemmen, Stemmen van seksen en begeerten, stemmen hees nog en ik verwijder de heesheid, Stemmen die laag worden geacht en die ik zal verluiden en verklaren. Ik leg mij de vingers niet op de lippen, Voor mij zijn de ingewanden even schoon en even hoog als hoofd en hart, De paring is mij niet minder schoon dan mij de dood is. Ik geloof in de vleze en in de begeerten, Zien, horen, voelen zijn wonderen, en elk deel en elke vezel van mij is een wonder.
Uit de bundel: Door mij spreken verboden stemmen Walt Whitman/ vert. Maurits Wagenvoort (paar woordjes veranderd JK) |
|
Categorie:
gedicht
Ik heb het stilzwijgen gekend van sterren en zee en de stilte der stad als zij draalt, en het stilzwijgen van een man en een meisje en het stilzwijgen van zieken als hun ogen dwalen door de kamer, en ik vraag: voor welke diepe nood dient de taal? Een dier in het veld kreunt een paar maal als de dood zijn kleintjes rooft. En wij staan stemberoofd in het aanschijn der werkelijkheden. Spreken kunnen wij niet.
Een wijsneus van een jongen vraagt aan een oud soldaat, die voor de kruidenierszaak zit: "Hoe hebt u uw been verloren?" en de oude soldaat zwijgt. Of zijn geest trekt uit, want bij de oorlog kan hij niet stilblijven. Hij keert spottende weer en hij zegt:"Een beer beet het af." De jongen is verbaasd wijl de oude soldaat weer zacht herleeft de kogelflitsen, de donder der kanonnen, de kreten der gevallenen, hijzelf op de grond, en de hospitaaldokters, de messen, en de lange dagen te bed.
Maar kon hij dat alles beschrijven, hij zou een kunstenaar zijn. Maar was hij een kunstenaar, er zouden misschien dieper wonden zijn die hij niet beschrijven kon. Er is het stilzwijgen van een grote haat en de stilte van een grote liefde, en de stilte van een verbitterde vriendschap. Daar is de stilte van een geestelijke crisis waarlangs onze ziel, zo subtiel getormenteerd heengaat met visioenen, nooit te uiten, tot een rijk van hoger leven. Er is het stilzwijgen van de nederlaag, er is de stilte van onrechtvaardig gestraften en de stilte van stervenden wier hand plotseling de uwe grijpt. Er is de stilte tussen vader en zoon als de vader het leven niet verklaren kan, al wordt hij daarom misbegrepen. Er is de stilte die komt tussen man en vrouw, er is de stilte van hen die niet slaagden en de stilte die dekt gebroken volken en overwonnen leiders. En daar is het stilzwijgen van de ouderdom, te zwaar van wijsheid dat de tong ze zou uiten in verstaanbare woorden aan hen die niet leefden in het hoger domein van het leven. En daar is de stilte des doods. Als wij die leven, niet spreken kunnen van diepe ondervindingen, waarom verbaast het u dan dat de doden u niets zeggen van de dood? Hun stilzwijgen zal worden verklaard wanneer wij hen benaderen. Edgar Lee Masters/ vertaling Marnix Gijzen (iets aangepast) |
|
Categorie:
gedicht
Nauwelijks hadden wij de man zijn broek uitgetrokken, of daar stond hij, in volle omvang en verbaasd over zoveel geestdrift en hij zei blozend: "Hoe durft u?" En wij zeiden, waar een wil is is een weg, en de beste deugd is dapperheid, als je het wel beschouwt. En de man zei dat het goed was en wij schudden elkaar de hand. Dit gebeurde in de tijd, toen het gebimbam van de klokken de zondaars waanzinnig maakte, en zij kwamen hun huis uit, hun brillen wegwerpend, en zij gooiden hun krukken weg, en toen de krukken weg waren, gooiden zij hun doeken weg, de roze en de lila halsdoeken, en toen de lila halsdoeken weg waren, wierpen zij zichzelf weg en zichzelf wegwerpend wierpen zij zich vooruit. En wij kwamen ze tegen op de markt, waar de vaandels bogen voor de keizer. De keizer was een jongeman en hij had de wereld onder zich en droeg de rijksappel als een breukband, want hij was een flinke man. En hij zei, dat hij zo flink was als maar kon en hij hield de rijksappel hoog voor het volk tot bij zijn adamsappel, en het volk wierp hem appels toe, en iedereen was blij om de appels. En de man, die wij zijn broek hadden uitgetrokken, stond daar maar en bekeek zijn noodlot. "Er zit zwavel in de lucht," zei hij "en de rivieren kronkelen voort naar de horizon. En de huizen kraken in zon en wind en de mensen staan bij elkaar als kikkers in de vijver, en alles staat bij elkaar." En wij namen de vrijheid en spraken tegen hem, terwijl de jeugd om ons heen stond en het algemene lot van de mensheid beklaagde. En een vrouw haalde broodjes uit haar mand en zei: "Aha." En wij allen zeiden: "Aha." Dit gebeurde in de tijd, toen de jaren zwart werden en zilver in de glans van de eeuwigheid en het rode licht verbleekte en het gezang van de sterren was niet meer. Richard Hulsenbeck/ vertaling Hans van Straten uit: Door mij spreken verboden stemmen |
|
Categorie:
gedicht
( voor simon Vinkenoog) Dit prachtige gedicht is geschreven met een pen van 5 pennen voor 1 euro Deze pen schrijft uit zichzelf je pakt hem beet en hij gaat vrijwel zonder pauze Dit mooie lied gaat over mensen van verlangen deze pen schrijft met vreugdevolle tederheid over mensen die willen verschillen hetzelfde daarin zijn, over interessante brillen en bloesjes ook, ook van die zwarte en wat gaan wij ons weer aantrekken vanmiddag/vanavond Deze pen zegt naast u zit een mens naast u zit u, zit uzelf, dat bent u, gewassen geknipt en of geschoren met geurtjes, en ook met vlees en zo, van zulke dingen dus, gedraag u, kijk onopvallend en met mate voorzichtig in de bloesjes Spreek gepast, niet afgemeten weest kritisch maar niet vals verheug u in ons bestaan stop met wensen, heb lief, bemin schep vreugde, doe wel, zie niet om vervang wat u wilt laten door wat u graag zou doen kom overeind, leef, kijk of het uw laatste uur is, luister Deze pen is een wonderpen een wonder hoeft niet duur te zijn Laat uw wrok varen kus zonder voorbehoud, indien nog in leven uw vader en moeder en de mensen van die ruzie laatst en ook van lang geleden Vreest niet plant voort aai de poes in het licht einde gedicht |
|
Categorie:
gedicht
Dat is zo mooi van kunst dat je gewoon een appel kunt eten maar als je daar bij voorbeeld een foto van neemt en deze presenteert dan wordt het meer dan dat dan gaat het over de hof over schepping of over goed en kwaad |
|
Categorie:
gedicht
Waar het op lijkt is dat het er bij dichten toe doet als je iets zegt op bijzondere wijze. Zeg dat het over seks of een relatie gaat dan praat je bijvoorbeeld over een lege bierfles en een afdruiprek. Dat roept een beeld op daar houdt men van. Dat doet men niet van al te grote duidelijkheid of sentimenten over honger of ziekte, maar misschien weer wel als je het mooi zegt, of vreemd, zoals bij het komende WK voetbal zal deze keer de eerste aftrap genomen worden met een lijkje
|
|
Categorie:
gedicht
Vredig de avond
Vredig de avond als na een bezworen oproer wanneer de toorn zijn groene ogen dooft Nu bloeit de mens alleen van binnen lange gedachten denkt hij als een boom
Schroomvallig glimlachend sluipt iedere gedachte op de tenen naar het levende en het gestorvene en Gods hand liefkoost zachtmoedig de gladgestreken wol van zee en schaap
Op avonden als deze dringt het tot mij door dat ik van vreemdeling inwoner ben geworden en dat de wereld mij nog nooit tevoren zo liefelijk en vredig hield omvat
Moeder maan dekt onze tafel Zittend op vochtig gras schuiven wij aan en luisteren hoe zij onhoorbaar de zegen uitspreekt over ons goede brood
A.Sjlonski/ vert. L.Fuks en Hanny Michaelis |
- May 2012 (2)
- April 2012 (1)
- March 2012 (1)
- January 2012 (1)
- December 2011 (1)
- November 2011 (2)
- September 2011 (4)
- July 2011 (1)
- June 2011 (4)
- May 2011 (2)
- 2011 (19)
- 2010 (34)
- 2009 (11)
- Niet gecategoriseerd (2)
- Testcategorie (2)
- zin in (4)
- het was mooi (2)
- gedicht (20)
- dat 't mooi kan... (16)
- zo eerst maar even (6)
- zo eerst maar even (1)
- 1984 (1)
- 2010 (2)
- tentoonstelling (1)
- melding (1)
- jammer maar ook weer mooi (2)
- tis was (1)
- het tragisch realisme... (13)
- het zit ook wel eens mee (2)
- het was mooi (1)
- ik zal handen wringen (2)
- Ik zal handenwringen (1)
- welkom (1)
- liet (1)
- weetikveel (1)

