Geplaatst: Vrijdag 10 juni 2011 - 3 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

AU!!!

Weleens van de Foreskinman gehoord? De Voorhuidman?

Er is een strip in Amerika in de handel onder die naam. Een verhaal. Een tijdschrift.

Als je -als kind- je bedreigd voelt door de "moheel", de joodse besnijder, die bij jongetjes op jonge leeftijd de voorhuid verwijdert, dan roep de je Voorhuidman te hulp, een Superman-achtige figuur die je dan komt redden uit de klauwen van een over jou heen gebogen godsdienstig monster, met een steevast bot en roestig keukenmes in de aanslag. Schuim om zijn mond. Een Jood.

Voorzover er iets grappig is aan deze godsdienstige kwestie is het dat zo'n strip in Amerika een "Comic" wordt genoemd. Verder is het tamelijk deprimerend om te zien hoe zoiets niet alleen getekend wordt, maar ook gedrukt én verkocht.

Is het dan niet verschrikkelijk, die Joodse verminking aan onschuldige kindertjes, -pardon, jongetjes? Moeten die verminkingspraktijken niet worden stopgezet, desnoods met meer of minder geweld?

Of het typisch joods is, weet ik niet. De meeste besnijdenissen in de wereld worden gedaan op niet-joodse gronden. Er zijn meer godsdiensten die het fenomeen kennen.

Maar ook de in Amerika zo welig tierende porno-industrie kent uitsluitend besnedenen die los gaan op opgevulde en opgespoten typen, waarvan sommigen een blos van verlangen op de wangen krijgen. Maar een vriend van mij die chirurg is in Nij Smellinghe noemt het regelrecht verminking. Vooral als ze wat ouder worden, zegt hij. Dan weet je niet wat je ziet.

Goed, maar daar komt bij dat het niet typisch joods is om jongens te besnijden. Lang voordat er ook maar iets van Jodendom bestond werd er al besneden. Het typisch joodse is de betekenis die eraan wordt gegeven. Niet dat God de schepping wat slordig in elkaar geflanst zou hebben en dat er een velletje teveel zou hangen hier of daar dat je eraf moet maaien, maar de nieuwe betekenis in de bijbel, gegeven aan een heel oud en al lang bestaand gebruik is dat de man moet beseffen dat hij niet met zijn pik de wereld moet willen regeren. Sorry Heren, ik kan het niet helpen.

En als het u niet aanstaat, zoek een dominee die het ook niet aanstaat, want die kan het waarschijnlijk wel zó uitleggen dat u er geen last meer van heeft en weer vrijuit kunt denken dat u met uw fallus geschiedenis kunt maken.

Alleen al het feit dat mannen dat wat ze produceren, dat beetje prut, "zaad" zijn gaan noemen lijkt mij overmoed. Zonder eitje is dat zwemmende hoopje wanhoop namelijk helemaal niets. Pas als het bevruchte eitje in het bedje van de baarmoeder afdaalt, zou je kunnen spreken van een "zaad" dat gezaaid wordt.

Het is echt nodig, en daar gaat het verhaal van Israël over, dat in een wereld waar kinderen worden geboren als konijnen om in veel gevallen te sterven als ratten, er een volk is waar men -ook godsdienstig- beseft dat de geboorten uiterst moeizaam verlopen Omdat de man besneden is, niet alleen aan zijn voorhuid, maar daarmee ook in zijn masculiene mind. En omdat de vrouwen die van betekenis zijn in dat verhaal vaak een toegesloten schoot hebben, zoals dat dan wordt genoemd.

Een verhaal dus over het feit dat kinderen het verdienen om vanuit het hart geboren te worden en de baarmoeder niet beslissend te laten zijn. En de penis al helemaal niet.

Maar nogmaals -wanneer u als man niet tegen zoveel bijbelse kritiek op masculiene machtsuitoefening kunt- troost u: er zijn zat mannen die hetzelfde hebben als u. Dominees ook. En die zullen u weten te bemoedigen en op te beuren met een zeer patriarchale duiding van het geheel.

Ik hoop voor u dan niet dat dat dezelfde lieden zijn -of van dezelfde achtergrond of overtuiging- die hebben bedacht dat het zo grappig is, zo "comic", dat Bin Laden werd doodgeschoten met kogels die waren ingesmeerd met varkensvet. Expres? Uiteraard! Daar is over nagedacht. Om hem ook nog die tweeënzeventig maagden door de neus te boren bij het neerknallen. "Fuck ‘m!"

Kijk, dat weten we dan weer wel, dat dat zo ligt in die wereld. En dan maken we daar graag gebruik van. Dank u wel. "Want we hebben een potje met vet... al op de tafel gezet. Een potje, potje, potje, potje vèhèhèt, al op de tafel gezet."

Geplaatst: Woensdag 1 juni 2011 - 10 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Mise en scène en de uitdaging voor Drachten

Vroeger deed ik met de kinderen vaak een spelletje. Een soort raadsel. We legden allerlei voorwerpen op tafel of op de grond en dan moest één van de kinderen haar ogen dicht doen; ik haalde vervolgens stilletjes een voorwerp weg en zij moest dan raden wat ik weggenomen had. Dat gevoel kreeg ik toen ik gisteren weer eens langs het Raadhuisplein fietste. Wat was er weg? Ik moest goed kijken en even nadenken. Plotseling drong het tot mij door: het karkas van het oude Kwantumpand was ineens verdwenen.

Het is als je het mij vraagt puur straattheater, maar dan héél traag. Zo nu en dan komt er een kraan of een bulldozer en die schuift wat opzij, plaatst een container, breekt een pandje af en vertrekt dan weer, om maanden later plotseling weer vanuit de coulissen het toneel op te komen met een dansje of een pirouetje om dan opnieuw iets te verschuiven, neer te zetten of af te breken. Onaangekondigd, zoals het echt theater betaamt.

Als ik langs fiets voel ik me weleens in Rotterdam. Ik ben groot geworden in een stad die aan elkaar hing van de bouwputten. Al lagen die er wat minder lang zo woest bij. In Rotterdam was destijds blijkbaar wat minder geld om een dergelijk toneelstuk zo lang vol te houden. Het was wel even leuk, maar op een gegeven moment moest er ook gewerkt worden. En als men er voorlopig niet aan toe kwam, dan werd er steevast gras ingezaaid, de Rotterdamse methode, zodat de stad van mijn jeugd vol lag met wat wij "veldjes" noemden.

Mijn kinderjaren werden dus rijkelijk gevuld met het geluid en de lucht van vallende heiblokken, draaiende betonmolens, walmende asfalteermachines, stomende walsen en zingende stratenmakers voor de stoepen langs de weg. Tegen een trottoir zeiden wij namelijk "stoep". Ik vroeg laatst hier in de kroeg wat friezen tegen een lantaarnpaal zeggen. Sommigen zeiden iets van "lanteernpoale", of zo. In Rotterdam liepen we daar echter zonder iets tegen te zeggen aan voorbij.

Als ik nu nog weer eens naar mijn geboortestad ga dan is het raadsel veel meer: wat is er nu weer bijgebouwd? En dat gaat daar snel, kan ik u vertellen, zonder te willen opscheppen, want ik wil voor geen goud meer terug naar Rotterdam. Ik vind wonen en werken in Drachten heerlijk, namelijk.

En zeker nu het straattheater "Raadhuisplein" onze aandacht blijvend trekt. Ik voel me weer een beetje als in mijn kinderjaren met zo'n bouwput in de buurt. Hoewel ik gisteren helemaal alleen stond te kijken. Het was mooi weer, maar er was wel opvallend weinig publiek. Misschien is dit soort van theater niet zo aan Drachtsters besteed en moet je uit Rotterdam komen om alleen al de enscenering op prijs te stellen. Je zal er toch maar wonen, in één van die flats: jarenlang in het middelpunt van een culturele happening. Wie wil dat nou niet?

Ik snap ook niet dat dit theaterstuk niet permanent opgenomen wordt in het boekje van de Lawei. En nog minder dat dit stuk niet wordt gepromoot door de Gemeente Smallingerland streep Drachten, zoals de nieuwe naam luidt. In de nieuwe Lawei-gids schittert het Raadhuisplein-drama door afwezigheid. Maar ook op de site van de gemeente lijkt het er niet op dat men trots is dit toneel in huis te hebben gehaald.

Misschien is dat vanwege het feit dat de namen van degenen die de regie over dit drama voeren niet kunnen worden blootgesteld aan de publiciteit?

Wonderlijk, hoe zelfs in de terminologie van alles gebeurt. Ik merk het nu ik het zeg. Zelfs een heel gebruikelijk woord in de wereld van het toneel, zoals het woord "drama", begint een heel eigen klankkleur te krijgen. Het Nederlandse woord drama komt van het grieks, en betekent: handeling.

Hier zullen studenten in de geschiedenis van het straattheater later nog heel wat spannende scripties over kunnen schrijven. Jammer dat degenen die het drama ten tonele hebben gevoerd dan niet meer met de eer kunnen strijken...

De première vond ik destijds enerverend. De huidige scene vind ik uniek en gewaagd. De Deus ex Machina kan niet lang genoeg op zich laten wachten, wat mij betreft.

Hoewel ik ook weleens denk: kunnen we niet met een paar honderd sterke mannen en dito vrouwen op een mooie zaterdag de stoep rond de flats weer een beetje netjes neerleggen parkeerplaatsen weer wat op orde en de open plekken gaan we dan egaliseren om er vervolgens gras in te zaaien. Hier en daar een bankje en een afvalbak. Dat zou for the time beïng ook niet misstaan.

Niet iedereen is verzot op experimenteel toneel. En het experiment van het groene gras zou ik wel aandurven. Lijkt me spannend. Wie doet er mee?

 

column uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium op 1 juni 2011

 

 

Geplaatst: Woensdag 25 mei 2011 - 8 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

 

The Rapture (de opname)

21 mei is ongemerkt voorbij gegaan. Althans in mijn beleving. En nu zit ik met de vraag... is de grote opneming er nu wel geweest of niet, want als die wél zou hebben plaatsgevonden dan heb ik die dus gemist. Dan ben ik er niet bij.

Ik zie nog allerlei mensen rondlopen op deze aardkloot. Een heleboel naarlingen ook, en daarvan kan ik me voorstellen dat zij niet door de Heer in een soort van ruimteschip van de aarde zijn weggenomen. Maar ík?

U weet toch wel dat een Amerikaanse dominee -maar ja iedereen mag het woordje dominee naast zijn voordeur spijkeren hoor, dus op zich zegt dat niks- maar zo’n Amerikaans exemplaar van die wereldvreemde soort waartoe ook ik behoor, Harold Camping, heeft voorspeld dat 21 mei de wereld zou vergaan en de grote opname zou plaatsvinden.

Dat de wereld niet is vergaan dat zie ik nu ook wel. Maar die opname, heeft die inmiddels wél plaatsgevonden, dan?

Ik zat 21 mei in mijn tuintje te wachten op de dingen die zouden komen gaan. Het was helder weer, dus ik dacht: ik zit hier eerste rang. En ik maar naar boven kijken, de blauwe hemel afturend, waar de ruimtesloep bleef die de christenen zou escaperen, waarna de wereld aan zijn vreselijk lot zou worden overgelaten... Fraaie gedachte...!

Ik durfde op een gegeven moment niet eens meer naar de wc, want ik dacht: je kan toch moeilijk met goed fatsoen met je broek nog op je enkels van die pot gerukt worden, mee het schip in, dus in dat geval hang je...

Ik steek er de draak maar mee. Want ik vind het een uitermate domme actie van de heer Camping. De eindtijd voorspellen is al vele malen gedaan en elke keer als een christen dat vergeefs doet maakt hij het christelijk geloof ongeloofwaardiger. En daar baal ik wel wat van.

Maar het is nog erger. Dat hele idee dat Jezus op aarde zou zijn gekomen om de christenen van een escape te voorzien waarna de wereld naar de donder gaat, is een voor mij volstrekt onaanvaardbaar idee. En voor Jezus ook, is mijn overtuiging. Die wilde nu juist mensen met de wereld verbinden. Omdat het goed moet komen met de wereld. Precies andersom dus.

Ik kwam een verhaal tegen van Peter Rollins (die ik mateloos boeiend vind...) , -een verhaal dat hij schreef op zijn iPhone toen ik in mijn tuintje zat; en ik geef het hier aan jullie door:

---

Gedurende de verschrikkelijke eindtijd werd de aarde verschroeid door het vuur van de oorlog, de rivieren kleurden rood van het bloed, de akker gaf geen enkele vrucht, en ziekten daalden op de aarde neer als de mist.

Eén voor één werden de naties op aarde op de knieën gedwongen.

Ver van al het lijden, in een hemelse sfeer, zag God met een pijnlijk hart hoe de gebeurtenissen plaatsgrepen. Een dreigende stilte daalde op de hemel neer toen de engelen zagen hoe de aarde zich in de duisternis en de verlatenheid stortte. Dit kon zo niet blijven doorgaan en God stond op, ademde diep in, en sprak de engelen toe. "Nu is de tijd voor mij aangebroken om de schapen van de bokken te scheiden, en het gezonde koren te zeven van het onvruchtbare kaf."

Na dit gezegd te hebben keerde God zich om naar de wereld en riep tot de kerk met een bulderende stem: "Sta op en stijg op tot de hemel, al diegenen die hebben verlangd de verschrikkingen van deze wereld te ontvluchten door onder mijn vleugels te schuilen. Kom tot mij, gij allen die zich hebben afgewend van deze lijdende wereld door te roepen "Here, Here!""

En in een oogwenk werden miljoenen opgenomen in de wolken en stegen op naar hemelse sferen. De lijdende wereld ondertussen achter zich latende.

Toen deze grote opname eenmaal had plaatsgevonden, pauzeerde God een moment, richtte zich vervolgens weer tot de engelen, en zei: "Het is volbracht. Ik heb de mensen, die geboren zijn uit mijn Geest, gescheiden van diegenen die zich van mij hebben afgewend. Nu is de tijd gekomen om deze plaats te verlaten en ons permanente verblijf op aarde te zoeken. Want daar zullen we onze mensen vinden. Degenen die wilden afzien van een hemel om in plaats daarvan zich te verbinden met de wereld. De weinigen die bereid waren de eeuwigheid de rug toe te keren om te dienen aan de voeten van een kwetsbaar en gebroken leven, dat in een zucht wegraakt uit het bestaan."

Zo geschiedde het dat God, met het hemelse leger, daarvandaan vertrok om intrek te nemen op aarde, daar waar mensen zich met de wereld hadden verbonden. Om zo, in stilte en zachtaardig, diegenen te dienen die met het oog op de wereld van God hadden afgezien. Degenen die op die manier het merkteken van God in zich droegen.

De weinigen die de hemel hadden ontdekt juist door er afstand van te doen.

 

 

column voor Smelnepodium 25 mei 2011

Geplaatst: Vrijdag 20 mei 2011 - 8 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Shannon

Dit -waar gebeurde- verhaal speelt zich af in een Amerikaans eetcafé. 

Het is laat, ver na middernacht en aan de bar hangen vier wat oudere mannen, die er duidelijk iedere avond zitten en de gebruikelijke klachten uiten over de vrouwen, die van hun, die altijd teveel willen en te weinig bieden. Iemand doet verveeld nog een dollar in de jukebox. De uitbater zit naar de TV te kijken in zijn keukentje en hoopt op zo min mogelijk verzoeken om eten of drinken. Hij oogt moe. Een vrouw speelt Bingo op internet. "No luck" en "Try again" verschijnen regelmatig in beeld. Tja. Such is life: Je hebt geen geluk; blijf het proberen, je weet maar nooit.

Dan komt er een jongen binnen. "Ga maar ergens zitten knul", zegt de eigenaar en de jongen neemt plaats aan het uiteinde van de bar. Hij bestelt een koffiebroodje en kijkt de zaak rond. Ergens in de hoek van de zaal giechelen wat jongeren en de vier mannen aan de bar nemen de nieuwkomer zorgvuldig in zich op.

"Wat is dat voor een badge" vraagt er één en de jongen speldt het naamplaatje van zijn trui af en schuift hem over de bar in de richting van de nieuwsgierige. Dan komen er drie hoeren binnen.

"Drukke nacht, of is het rustig?", vraagt de uitbater, kan koffie in de hand. Het blijkt een gemiddelde nacht te zijn met voldoende klandizie. De hoeren zijn moe en krijgen wat te drinken.

"Goh, moet je zien, hij logeert in het Astoria; is een paar dagen op een conferentie in de stad. Wat zoekt zo’n jongen hier?" Vraagt de nieuwsgierige zich hardop af met de badge van de jongen in zijn hand. "Wat voor conferentie is dat, knul?" vraagt de barman vervolgens. "O, gewoon, een conferentie" is het antwoord.

Op dat moment blijkt dat Shannon, één van de hoeren, de volgende dag jarig is. "Je wordt al 34", plaagt iemand. "Ja, dat kun je zien, aan de kraaienpootjes", lacht de rest. "Ze draait zich om, naar de nieuwkomer en flirt wat verveeld met de jongen, geeft echter al snel op, smijt wat papiergeld op de bar en vertrekt. De andere hoeren vertrekken niet snel daarna.

Dan vraagt de jongen aan de eigenaar of die hoeren daar elke nacht komen. "Ja, elke nacht, maar jij lijkt me niet het type, knul", zegt de barman. De jongen houdt aan: "Die ene, die morgen jarig is, Shannon heet ze... wat nu als we een verjaardagsfeestje voor haar organiseren?" "Je hoeft je niet zo uit te sloven voor haar, knul". "Nee, ik meen het, laten we zorgen voor slingers en ballonnen en een echte verjaardagstaart. Ik betaal alles."

Na enig aarzelen, -het is tenslotte wel veel opruimen- gaat de uitbater door de bocht. Er worden slingers opgehangen. Ballonnen opgeblazen. Er wordt een taart gebakken. Het wachten is vervolgens op de komst van de hoeren en in het bijzonder de jarige Shannon. Zodra ze moe na gedane arbeid binnenstappen floept iemand het licht aan en roept iedereen: "Surprise! Happy birthday, Shanon".

Shannon weet niet goed wat ze ermee aan moet. Ze kijkt gebiologeerd naar de taart die voor haar op de bar prijkt. Ze pakt de taart voorzichtig in haar handen, alsof het haar pasgeboren kind betrof.

Het duurt de uitbater allemaal veel te lang: "Kom op, blaas die kaarsen uit en snijdt de taart aan," dringt hij aan. "Nee, laat me nog even. Ik heb nog nooit een verjaardagstaart gehad..." Dan draait ze zich om en loopt met de taart in de richting van de deur. "Ik breng hem heus wel terug", verzekert ze en gaat naar buiten.

"Da' s nou ook mooi, betekent dat dat we niks krijgen?" klaagt één van de hoeren. "Zo... nou... en wat nú, knul?", kijkt de eigenaar de jongen dwingend aan.

"We zouden kunnen bidden", zegt de jongen, waar een hoongelach op volgt. "Bidden? Ja hoor, dág!" En de eigenaar zegt verwijtend: "O, wacht effe, ben jij er zó eentje? Hier een beetje naar een conferentie om met elkaar wat Kumbaya’s te zingen en dan de stad in om uit de hoogte te doen en je zo lekker goed te voelen ten koste van anderen, maar goed, we gáán bidden: op jullie plaatsen, áf! Een, twee, drie... amen!"

De stilte die daarop volgt is spannend. Shannon keert nog niet terug met haar taart. De uitbater doorbreekt de stilte met de nadrukkelijke vraag: "Van wát voor kerk ben jij eigenlijk lid, knul?"

"Van een kerk die midden in de nacht een verjaardagsfeestje voor hoeren geeft", zegt de jongen.

"Dat is ónmogelijk", zegt één van de hoeren, "want zo’n kerk bestáát helemaal niet". "Nee, helaas", voegt één van de mannen aan de bar eraan toe.

De eigenaar van het café kijkt voor zich uit en verzucht: "Nee... maar áls zo’n kerk zou bestaan, dan zou ik daar op een of andere manier wel bij willen horen."

 

 

column voor SmelnePodium woensdag 18 mei 2011

Geplaatst: Donderdag 28 april 2011 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

 

VROLIJK PASEN GEWENST?

Het is een eeuwenoud gebruik dat een goede Paaspreek hoort te beginnen met een mopje. Dat gebruik heette met een deftige term Risus Paschalis en heeft zeker tot in de 18e eeuw bestaan. Priesters probeerden gemeenteleden op Pasen aan het lachen te krijgen om te laten merken dat Pasen echt een feest is. Daar komt ook de gewoonte vandaan om elkaar een "vrolijk Pasen" toe te wensen, vanwege die grappen in de Paaspreken.

Afgelopen zondag vertelde ik er ook een. De dominee kwam langs een groep tieners die op het grasveld voor de kerk zat en bleef staan om te vragen wat ze aan het doen waren. 'Niets bijzonders, dominee', antwoordde een jongen. 'We kijken alleen wie de grootste leugen over zijn seksleven kan vertellen.' 'Jongens toch, jongens toch!' zij hij gedragen. 'Ik ben diep geschokt. Toen ik zo oud was als jullie, dacht ik niet eens aan seks.' Waarop ze min of meer in koor antwoorden: 'U wint, dominee!'

Ja en dat is dan een mopje hè? Dat u niks verkeerds van mij gaat denken!

Pasen lijkt een lief feest, met lammetjes in de wei, en paashaasjes; eitjes. Vooral die haas met die eitjes voor zijn buik, in zo'n mandje, vind ik heel liefelijk. Erotisch haast. Om niet te zeggen: je reinste seks.

Maar in de bijbel is het allemaal niet zo liefelijk. Dat is lastig. Want dan lijkt het alsof ik, als predikant, een spelbreker ben. Het leuke, lieve paasverhaal verstoren door er iets grimmigs van te maken, iets weerbarstigs. Iets opstandigs. Het is toch feest? Alles bleek uiteindelijk alsnog dik in orde: Jezus leek te bezwijken, zijn dood leek een ramp, maar kijk nou toch eens: hij is helemaal niet dood! Ach zo zie je maar weer: valt het allemaal toch weer reuze mee. Jezus leeft en alles is okay!

Het bijbelse verhaal laat echter een ánder geluid horen. God pikt het niet. Dat is naar mijn idee de boodschap van Pasen. De dood van Jezus die eigenlijk een moord was, na een duister proces dat zich vooral ‘s nachts afspeelde inclusief een cynische gevangenruil met Bar Abbas, -de dood van Jezus is verschrikkelijk en dat laat God niet op zich zitten. Pasen als protest, als verzet. Vaders verzet. Tegen wat zijn kind overkomt.

Ik hoop dat ik kan duidelijk maken hoe spannend dat hele paasgebeuren in de bijbel is. En van een heel andere orde dan een feest van de Paashaas. Met eitjes, als een teken van vruchtbaarheid. Dat is een eitje al: een vruchtbaarheidssymbool en zéker als je daar een haas of een konijn nadrukkelijk tegenop laat rijden. Zo’n bunny. Bij de konijnen af wordt het dan. Vruchtbaarheid 2.0...

Ik wil er -in de kantlijn- nog een opmerking bíj maken: Er is naar mijn gevoel een klimaat van scepsis dat ervoor gezorgd heeft dat het de laatste tweehonderd jaar uit de mode of zelfs gênant was om te opperen dat Jezus' opstanding echt gebeurd zou zijn. Er bestaat naar mijn gevoel een soort intellectuele greep naar de macht waarmee de Verlichting, een Europese manier van denken, veel mensen ervan overtuigd heeft "dat wij tegenwoordig weten dat dode mensen niet weer levend worden". Alsof dit geen bevestiging was van wat mensen als Homerus en Aeschylus allang wisten.

En dat is op zich niet zo erg, maar daar onmiddellijk aan vast zit de boodschap van diezelfde Verlichting, dat we nu eindelijk volwassen geworden zijn, en dat God wel de deur uitgezet kan worden. Dat we dus met de wereld kunnen doen wat we willen om er ons voordeel mee te doen zonder dat er van buitenaf ingegrepen wordt.

En zo lijkt de Verlichting vooruitstrevend en modern maar heeft een heel bedenkelijke kant. Ga maar na: Wie waren het eigenlijk die niet wilden dat de doden weer levend worden? Dat waren de machthebbers, de sociale en intellectuele tirannen en dwingelanden; De Caesars met hun hoftheologen.

Er komt een scene voor in het toneelstuk "Salome" van Oscar Wilde waarin aan koning Herodes wordt bekend gemaakt dat Jezus van Nazareth de doden opwekt. "Ik wil niet dat hij dat doet," reageert Herodes. "Ik verbied hem om dat te doen. Ik sta niet toe dat iemand de doden opwekt. Vind deze man en zeg hem dat ik hem verbied om de doden op te wekken." Dat is het gebries van een tiran die weet dat zijn macht bedreigd wordt. Eigenlijk is dat dezelfde opgewondenheid als van de politici die de wereld naar hun hand willen zetten om er zelf beter van te worden. Het is echter ook een beetje de teneur van de opvattingen en meningen van sommige intellectuele tradities die met hen meegelift zijn.

Zo bezien is het Paasfeest van oorsprong een tamelijk opstandig feest, waarbij slachtoffers van de Caesar lijken te willen zeggen: "u mag ons allemaal over de kling halen, de strot afsnijden, in brand steken, voor de leeuwen werpen, maar op een goede dag zullen de graven van al die omgebrachten openbreken en zullen zij uit hun graf opstaan en zal de u als Caesar oog in oog komen te staan met de duizenden die u hebt afgeslacht. Bereidt u zich maar vast voor op die dag. En slaap maar zacht, meneer de president, ha ha!

Wie al te snel zegt dat dat natuurlijk allemaal onzin is, heeft geen idee van de subversieve kracht van deze overtuiging. Die heeft waarschijnlijk wel een leuk Pasen gehad, met prachtig weer, maar een vrolijk Pasen is wellicht toch nog iets heel ánders...

Ha. Vertel mij wat!

 

uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium op 27 april 2011 om 19.27 uur.

Geplaatst: Woensdag 13 april 2011 - 13 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Onverdoofd slachten een feest?

Op internet zijn filmpjes te zien van Joden die bezwaar maken tegen de manier van doen van andere Joden. Tussen die filmpjes viel er één mij op en wel die van de schrijver Jonathan Safran Foer, bekend van zijn boek Extreem Luid en Ongelooflijk Dichtbij. Een jonge begaafde Joodse schrijver.

Op zich moet je daar voorzichtig mee zijn. Het is Joodse kritiek op Joodse manieren van doen. In de bijbel gebeurt dat namelijk ook. De Jood Jezus van Nazareth is kritisch jegens de Farizeeën bijvoorbeeld, omdat die meer oog hebben voor godsdienstige regels dan voor het welzijn van mensen. Van arme mensen vooral. En Jezus heeft daar geen goed woord voor over en scheldt ze uit voor witgepleisterde graven. Dat is geen vriendelijk scheldwoord. Godsdienstige fanatiekelingen die de kille kieren van de dood dichtpleisteren met hagelwitte Spachtelputz. En in de bijbelse tijd was dood in de meeste gevallen een kwestie van moord. Dat is trouwens nog zo. Tenminste als je bijvoorbeeld de dood door uithongering moord wilt noemen of het verbieden van condooms in een continent vol Aids, en ik ben geneigd dat te doen. Maar dat wij het woord Farizeeër ongeremd als scheldwoord zijn gaan hanteren is wel erg brutaal, voor een Hollander dan.
 
Joden die bezwaar maken tegen Joden. Daar mogen we dus geen antisemitisme uit losweken, want dan zijn we schuldig aan ernstig wangedrag. Maar wat is nu het punt? Te zien is hoe er wordt omgegaan met de rituele slacht van bijvoorbeeld duizenden kippen, ergens in Brooklyn. Je zou het niet zo snel onder het carillion in Drachten verwachten, maar toch gaat het ons aan. Ook bij ons is er discussie over rituele slacht, of die namelijk verboden zou moeten worden.
 
Want wie in het filmpje, dat de joods schrijver Safran Foer laat zien, eens bekijkt hoe het er aan toe kan gaan op het moment zelf, en minutenlang nadat de rituele slachter zijn mes in de keel van het dier zet, moet toegeven dat het beestachtig is wat daar gebeurt: hoe koeien, schapen en kippen zonder uitzondering in een lugubere doodsstrijd belanden. Ze worden vaak en veel geschopt, geslagen, vertrapt en er wordt mee gegooid, alsof het allang lappen vlees zouden zijn. Het tegendeel is het geval. Ze liggen amechtig te creperen in een krat, een kartonnen doos, of op een betonnen plaat. Gedrag van mensen die zo met levende dieren menen te kunnen omgaan beestachtig noemen, wat ik dus nu doe, is naar mijn idee eigenlijk een belediging voor het dier. 
 
Op internet circuleren opmerkingen in de zin van: ook wilde dieren worden onverdoofd neergeschoten. Dus waar hebben we het eigenlijk over? De Protestantse Kerk in Nederland heeft zelfs een brief* aan de tweede-kamerfracties geschreven, gisteren, waarin deze kerk zich verzet tegen een verbod op onverdoofd slachten. Omdat dat de Joden onevenredig zwaar zou treffen (waar de Jood Jonathan Safran Foer het dus stellig mee óneens is!). Dat zou dan met name, zo eindigt namelijk de brief, komen door het feit dat we tegen onnodig en moedwillig dierenleed over het algemeen niet te hoop lopen maar wel tegen dit specifieke dierenleed, waarmee de kerk impliciet aangeeft dit weliswaar als dierenleed te beschouwen, maar om godsdienstige redenen toelaatbaar. Ja meer dan dat: nodig en terecht.
 
Nogmaals, kijk naar wat Foer laat zien en huiver. Ik zet de link naar het filmpje** wel onderaan deze blog. Het is een belediging voor het dier.
 
Maar wat ik niet begrijp in dit hele debat is, dat het niet gezien kan worden als een belediging voor God. Ik wil niet als Super Fransiscus door het leven verder, want ik sla ook weleens onverdoofd een mug dood, maar welke god wil in godsnaam worden gediend door dit soort martelpraktijken? Godsdienst? Dat moet dan wel een zieke God zijn. Krankzinnig. Of kippig. Dat ‘ie het leed niet ziet. Je zou er ter plekke atheïst van worden. En vegetariër. Want terecht zegt Foer: eet deze rotzooi nou gewoon niet op. En ik voeg er zelf aan toe: het is immers niet te vreten?
 
* brief Protestantse Kerk Nederland: bit.ly/dPvJCL 
** filmpje: (pas op: bevat schokkende beelden! bit.ly/dtjSiD
 
 
column uitgesproken voor de microfoon van SmelePodium op woensdag 13 april 2011
Geplaatst: Donderdag 31 maart 2011 - 14 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Uitgezette geurvlaggen in Drachten

 
Je zit laag bij de grond, in zo’n Honda Civic en je hebt er een kachelpijp onder gemonteerd, vanwege de sportieve ronk. Dat ze je tenminste wel horen áánkomen. Zwarte strepen rubber op het wegdek om aan te geven dat je er was, en dat je er volkomen schijt aan hebt. Aan alles en iedereen. We zijn allemaal graag een beetje Niko in: Grand Theft Auto. Maar ja, dat is niet genoeg. Dan ben je voorbij gekacheld in je Honda over de Omloop en resten alleen de zwarte sporen. Daar moet wat bij...
 
Bij ons in de buurt heeft een jongeman ook zo’n karretje. Reest langs de ramen alsof hij op Zandvoort zit. Stoer. Spelende kinderen of niet, dat maakt hem niet uit. Het zit hem in het bloed, zeg ik maar, want als ik zeg dat het aan zijn hersens ligt dan wordt deze pleister op laag water wel wat beledigend, ben ik bang. Toen hij nog geen zestien was scheurde hij al met een knallend bromfietsje door de straten. Hoop kabaal, nauwelijks snelheid, en dan zo’n net iets te dikke reet op een iets te klein bromfietszadeltje. Mijn kinderen lachten zich het apezuur. Ik had wel met de scheurende dikkerd te doen, gezien mijn eigen corpulentie in mijn jonge jaren. O, ik weet dat nog goed. Daar en toen heb ik geleerd uitgescholden te worden. “Hé bolle, laat je reet uitholle!” Ik hoor het ze nog roepen. Wat zijn mensen toch aardig. Soms.
 
Een Hondaatje dus want dat ziet er wat serieuzer uit dan zo’n onbeholpen rijwiel met hulpmotor. Kachelpijp eronder. Verlaagde schokbrekertjes, achterbankje eruit, knalgele veiligheidsgordels erin -ja, daarin wil je gezien worden!- en dan ook nog wat ijzeren staven kruislings halverwege in het koetswerkje geschroefd, en dat lijkt dan wat.
 
Ik dacht dat die achterbank eruit moest om achteloos de rotzooi over je schouder naar achteren te kunnen mikken, maar zo blijkt het niet te wezen. Want wie in het weekend door Drachten fietst ziet rondom de vestiging van MacDonalds overal verpakkingen rondslingeren van BigMacs, Milkshakes en andere culinaire hoogstandjes die deze wereldvoedselvoorziener voor een habbekrats aan de jongeman en dito -vrouw brengt.
 
BigMac naar binnen gepropt: zak naar buiten gemieterd. Hup raampje open, weg ermee. Haha. Ze kunnen allemaal de rambam krijgen. Ik doe wat ik wil. Want ik heb een stuur in mijn handen en geef gas. Veel gas. Heel veel gas. Horen jullie dat? Stomme Drachtsters. Suffe ouwe zakken op saaie fietsen. Hier, aanpakken!
 
Laatst zag ik nog zo’n stuntman een grote bruine papieren zak met rode M en met wel vijf doosjes van BigMacs naar buiten proppen op de Folgeralaan. Richting Harkema. Langzame eter. Ik reed achter hem. Zondagavond. Een tamelijk moedeloze vertoning. Maandagmorgen is ‘ie weer ergens de pik, dacht ik.
 
...Geurvlaggen! Ik denk dat het geurvlaggen zijn. Want erg lastig om thuis even je troep in de ton te gooien en Drachten op orde te houden is het niet. Zo’n overmaatse kachelpijp onder zo’n ondermaatse Honda prutsen is immers een heel stuk lastiger. Het moet dus iets anders wezen. Geurvlaggen uitzetten, tja, dat doen we allemaal. Toch?
 
Is “Pleisters op Laag” water niet ook zo’n geurvlag? “Ik was hier”. Zoals in viltstift op een stinkende plee van een onverzorgde kroeg. Of nog mooier, met je zakmes in de deur gekerfd als je met je broek op je enkels op de pot zit. Maar ik doe het netjes op Smelnepodium en later, -ja, een geurvlag moet ruiken, stinken liefst- zet ik dit vodje nog weer eens op DWJM.
 
Ook hondjes zetten geurvlaggen uit. Doen een poot in de hoogte en huppakee. Dat staat. Ik was hier! Ze zullen weten dat ik er ben. Ik wil gezien zijn. Gehoord worden. Ik wil niet anoniem in de nietszeggende en meegaande massa ondergaan, ik wil dat ze, wie dat dan ook wezen mogen, weten dat ik er ben. Ik heb een stuur in handen en geef gas. Ik laat zwarte strepen achter op het asfalt. Ik...
 
Ho, stop! Wat is dat toch gek met een tekst. Een tekst heeft een soort inwendige structuur. Als je eraan begint te schrijven krijgt het iets onvermijdelijks. Na een paar regels ben je al wissels gepasseerd die bepalen waar het heen gaat. Het is als met de trein. De eerste wissel die je passeert nadat je station Utrecht bent uitgereden bepaalt of je uitkomt in Leeuwarden of in Maastricht. Mijn maatje Petra heeft daar ook last van met haar tendentieuze nieuwsberichten. Of gemak juist, dat weet je maar nooit! Het is alsof de ene letter de andere oproept. Het ene woord het volgende, de vorige zin de nieuwe. Zit dat in mijn vingers? Of in mijn hersens? Of zit het me in mijn bloed?
 
Op deze plek van de pleister dwingt de tekst mij namelijk zomaar over te gaan op de vraag wat voor geurvlag de beruchte Blauwe Straat eigenlijk is? Of het karkas van het Kwantumgebouw? Ik ga nu dus niet verder. Want dan gaan we lopen ruiken, waar dat naar riekt: die vlaggen. Dat levert echter doorgaans nogal wat onvrede op en die kunnen we in Drachten missen als de spreekwoordelijke kiespijn. Ach, het is niet zo belangwekkend allemaal. De moeite niet om mot over te krijgen. Hoewel?
 
Okay, laten we dan liever nog maar eens onze grote bek zetten op zo’n wat weke BigMac. En het lege doosje werpen we gewoon weg op straat. In Drachten.
 
Ik was hier.
Ik ben er geweest.
Doei!

column uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium, 30 maart 2011

Geplaatst: Donderdag 24 maart 2011 - 37 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

De kelder van het Raadhuis

Het kán geen toeval zijn, dat de meest desolate plek in Drachten, het Raadhuisplein, de naam draagt van de bestuurlijke macht die deze navrante aanblik heeft veroorzaakt: Het Raadhuis.

Ik sprak laatst een typiste ergens in dat Raadhuis en vroeg haar wat er zoal de laatste jaren aan brieven de deur uit was gegaan, met het oog op infrastructurele projecten in Drachten. Ze kon zich zo uit het blote hoofd een briefwisseling herinneren met de ontwikkelaar van de Martin Luther King Boulevard. "U weet wel, dat pand met Yankee Doodle".

"Ja: Martin Luther King, echt een gepaste naam voor een Yankee Doodle-ding, vind je niet?"

"O, nee, eerwaarde, daar ging de briefwisseling niet over".

"Waarover dan?"

"Over het stijlvolle gebouw dat recht tegenover het fraaie klooster zou worden opgetrokken, door de projectontwikkelaar, om het klooster qua uitstraling te ontkoppelen van dit tamelijk fantasieloze stuk middenstandspand."

"O, maar... eh, er staat nog niks?"

"Nee, dat komt nog. Ooit. Zodra de projectontwikkelaar de laatste vierkante meter verhuurd heeft".

"Dát was de deal?"

"Ja, dat was de deal", knikte ze een tikje meewarig.

"En dat is zeker heel erg moeilijk, om die laatste vierkante meters te verhuren?"

"Inderdaad," verzuchtte ze, "want dat betekent dat dat beloofde pand er dan werkelijk moet komen en daar heeft onze partner weinig geen zin in, dus die laatste meters blijven voor eeuwig onverhuurd".

"Ik snap het. Wat erg. Nou zo’n zeperd is er nooit meer geweest zeker?"

Dat zou ik niet te hard zeggen", fluisterde ze me toe. "Heeft u weleens van de Drachtster Vaart gehoord?"

"Jawel", zei ik, "een ambitieus plan om zo goedkoop mogelijk van de gifbelt af te komen?"

"Zoiets," zei ze, "maar zo mag je dat hier niet zeggen".

"Nou ja", ging ik verder met een vaartje, "het blauw is bijna versleten; het kunstwerk is vergaan, wanneer komen nu de echte kunstwerken en wanneer komt de vaart?"

"Zodra de projectontwikkelaar een vooraf afgesproken aantal huizen heeft verkocht," was haar stellige antwoord.

"Maar de projectontwikkelaar verkóópt toch helemaal geen huizen?"

"Nee, klopt, die verkoopt kavels. Dat zei ik ook tegen mijn baas, ik stelde voor om dat te veranderen, maar ik mocht me nergens mee bemoeien. ‘Huizen’ stond er in de overeenkomst. Dus ik typ: ‘huizen’."

"En er is nog geen huis verkocht?"

"Jawel, maar niet door degene met wie de deal was gesloten. Die verkoopt namelijk uitsluitend grond."

"Nou ja zeg!", zei ik, "een ezel stoot..."

"Sttt!.... siste ze, "wilt u dat hier nooit meer zeggen? De spanning in dit huis is bijkans ondraaglijk. Iedereen zoekt andere banen, maar ze kunnen nauwelijks wegkomen, met al dat braakliggende terrein in de folder. Er zíjn geen fouten gemaakt. Dat is nu het motto hier. De partijen in de markt zijn totaal onbetrouwbaar, dát is het."

"Maar, lieve meid", zei ik, en ik kreeg zowat medelijden met haar, "er loopt hier in het Raadhuis toch wel ergens een verdwaalde jurist rond die op vrijdagmiddag even de afspraken op deugd en degelijkheid kan beoordelen?"

"Ik weet het niet," en ze keek naar haar nagels die ze boven haar toetsenbord spreidde. De lak was er op de meeste plaatsen vanaf. "We hebben een magere organisatie en doen alles zo goedkoop mogelijk."

"Nou", concludeerde ik met een diepe zucht, na zoveel bestuurlijk leed, "een derde en wellicht fatale zeperd zal de bevolking van Drachten toch wel bespaard blijven? Of... ik durf het haast niet te zeggen... is het Raadhuisplein...?"

"Weet u, u moet nu maar gaan," zei ze, "als mijn baas erachter komt dat ik met de dominee praat krijg ik een hoop geduvel."

"Mag je niet met een dominee praten?"

"Nee," zei ze, "niet meer".

"Hoe komt dat dan?" vroeg ik nieuwsgierig. Daar wilde ik meer van weten.

"Omdat ik in een wilde bui weleens een stukje uit de bijbel voorgelezen heb aan mijn baas. Tijdens een dagopening, die we toen nog hadden hier; een oud CDA-ideaal. Ik kwam dat stukje toevallig tegen."

"Welk stukje dan?", vroeg ik.

"Lukas 14: 28 - 30".

Ik pakte mijn bijbeltje uit mijn rugzak en begon te lezen. Jezus zegt daar: "Wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen en zeggen: "Die man begon te bouwen, maar het karwei afmaken kon hij niet"."

"Heb je dát aan je baas voorgelezen?" Vroeg ik.

"Ja" knikte ze.

"En wat zei hij toen?"

"Hij liep rood aan en riep: "Waar heb je die linkse lariekoek nou weer vandaan?""

""Uit de bijbel", zei ik tegen hem, "die op uw werkkamer staat"; maar onmiddellijk zijn toen de dagopeningen afgeschaft. Aan zulke onzin hadden we geen boodschap, meende men."

"Dus nu beginnen jullie ‘s morgens fris van de lever? Lekker seculier met een wit vel papier?"

"Ja. Maar na sluitingstijd komt er in het geheim een gebedsgroep bij elkaar hier in de kelder van het Gemeentehuis, maar wilt u dat alstublieft tegen niemand zeggen? Want anders verlies ik mijn baan."

"Wees maar niet bang", zei ik. "Ik ben toch zeker Heleen van Royen niet? Maar, waarom een gebedsgroep? En waarom stiekem?"

"Omdat in het Gemeentehuis niemand mag weten dat we al maanden lang hogere machten aanroepen. Er zijn er teveel in dit huis die het bestaan daarvan betwijfelen of zelfs glashard ontkennen."

"Goh, en eh: waar bidden jullie dan om?"

"Om genade, mededogen en barmhartigheid met de Drachtster bevolking."

"Genade van de Heer?" was mijn vraag.

"Ja," zei ze met een lichte trilling in haar stem, "genade van de heer Redema."

 

column uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium, op woensdagavond 23 maart 2010, 19.27 uur

 

Geplaatst: Woensdag 16 maart 2011 - 1 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Vrijheid van godsdienst

Gisteren verscheen een interview met Jeanine Hennis in dagblad De Pers. Naar aanleiding daarvan twitterde ik aan André Rouvoet dat een brede discussie over de scheiding van kerk en staat geen overbodige luxe zou zijn. Waarop hij terug twitterde dat dat de suggestie met zich meebracht dat er onduidelijkheid over zou bestaan. "Waarom een probleem oproepen dat er niet is, en vervolgens een oplossing ervoor zoeken?" was zijn retorische vraag.

Nu zitten er op Twitter ook twitteraars die vaak en vlot diepzinnige staatkundige theorieën debiteren en dan vervolgens net doen alsof iedereen die diepzinnigheden fatsoenlijk moet kunnen beheersen. En zo niet, dan laten zij je met droge ogen weten dat ze jouw kennis van zaken beslist niet overschatten. Kortom: intellectuele elite maakt zich snel van de redelijkheid van wetgeving meester. Dat stoort mij. Ik ben niet zo elitair aangelegd. Of ik ben inderdaad een beetje dom, zoals zij je graag laten weten, dat kan ook. Vind ik niet zo erg, eigenlijk, en zeker geen schande; ik ben tenslotte geen wetenschapper pour l’art maar een eenvoudige Drachtster dorpsdominee pur sang. En ik pleit graag voor een scheiding van kerk en haat.

Ik hou ook van schaken. Voor mij is de lol er echter snel af wanneer ik een potje zit te schuiven en er staat zo’n wandelende stapel schaakliteratuur naast het bord me op mijn vingers te kijken, die dan op een gegeven moment uitroept: "Dat is niet de tekstzet, hoor!". Kortom: het schaakspel uitsluitend voor mensen die de literatuur kennen. Elitair.

Maar hier is meer aan de hand. Als vakmensen geen duidelijkheid hebben over de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van godsdienst, en Jeanine Hennis is een volksvertegenwoordiger en dus een vakvrouw -ze verkoopt geen halve kippen op de Drachtster markt- dan ís er geen duidelijkheid lijkt mij. En de mening van christenen als Rouvoet zijn me dierbaar maar vormen uiteraard niet de duidelijkheid over wetgeving, die in een samenleving gewenst is.

Op DWJM werd ook weleens geroepen: er is scheiding tussen kerk en staat en dus moet de dominee hier zijn mond houden. En dat was ik dan. Kijk, dat is zo ongehoord onzakelijk, daar mag wel iets van gezegd worden, lijkt me. Scheiding tussen kerk en staat is er vooral opdat de staat zich niet met de kerk gaat bemoeien. Die kerk vervolgen bijvoorbeeld, wat niet ondenkbeeldig is. Het wil niet zeggen dat je als christen niks van de gang der dingen zou mogen zeggen. Dat zou raar zijn, een spreekverbod dat door atheïsten en agnosten aan gelovige christenen wordt opgelegd.

Christenen maken het er trouwens wel zelf naar dat ongelovigen de wet zo zouden willen hanteren. Want christenen zitten -als christen- inmiddels zo vast op de stoel van de regering, dat de staat een christelijk aanzien heeft gekregen en zich bemoeit met het leven van niet christelijke inwoners van ons land. En vooral als die christelijke staat zich dan met hoofddoekjes gaat bemoeien, en dat dreigt voortdurend, dan begint alles wel behoorlijk door elkaar te lopen, ja. Je hoeft geen wetenschapper op het gebied van staatsfilosofie te zijn om dat te zien gebeuren.

Ik ben daarom niet bepaald voor een christelijk beroep op de vrijheid van godsdienst; wat qua wetgeving nog iets anders is dan de scheiding van kerk en staat. Christenen doen het meest en het vaakst een beroep op die vrijheid van godsdienst en dan vooral om de discussie daarover te vermijden. Dan moet de staat de winkels zondags dichthouden en liefst ervoor zorgen dat homo’s niet kunnen trouwen en dat soort trivialiteiten. In feite moet de staat een omgeving creëren of in takt laten waarbinnen het christelijk geloof heel vanzelfsprekend en haast "natuurlijk" wordt.

Ik vind dat een oneigenlijk beroep op de welwillendheid van een veelkleurige samenleving. Die de christelijke kerk niet nodig moet willen hebben. Laten de christenen op eigen kracht in de samenleving durven staan, zonder dat de overheid een Corpus Christianum dient te organiseren of overeind te houden waarbinnen ze comfortabel en zonder tegenspraak christelijke kerk kunnen zijn.

Een klein beetje zelfvertrouwen van christenen is toch niet teveel gevraagd? Ze kunnen beter op de Heer vertrouwen dan op support van de staat. Want dat laatste is verwarrend en bedenkelijk. Misschien is daarom wel het beste beroep dat christenen op de godsdienstvrijheid kunnen doen: een openlijk verzet tegen het verbieden van hoofddoekjes. Dat zou misschien ook de motieven in de hoofden van Jeanine Hennis én haar bestrijders beter blootleggen dan het -uit angst voor verlies aan christendommelijke privilége’s- maar liever nergens over willen hebben.

Maar ja, dit zal de tekstzet wel weer niet zijn. Of dom. Of beide.

 

column uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium op woensdag 16 maart 2011

Geplaatst: Donderdag 10 maart 2011 - 3 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

 

Vasten als verzetje of als verzet?

Veel mensen vasten. Zij doen dat steevast met goede bedoelingen. En ik zal daar geen kwaad woord van zeggen, want soberheid is in alle gevallen een goede doelstelling. Mensen doen het bijvoorbeeld om zich bewust te worden van de rijkdom of de welstand waarin wij hier verkeren. Anderen doen het wellicht om wat gezonder te leven of om een lichamelijk of zelfs geestelijk reinigingsproces door te maken. Gezond ontslakken maar!

Ik las zelfs een aanmoediging van een predikant om gedurende de vasten 110 km/u te gaan rijden in plaats van 120. Ja, dat bespaart benzine en het milieu is er superblij mee. 40 Dagen in zijn nopjes. Want zolang duurt de vastenperiode na carnaval tot aan Pasen

In de bijbel wordt ook gevast. Alleen is daar het doel van de vasten een andere. Het heeft daar een veel politiekere betekenis. In de bijbel wordt vasten namelijk gezien als een daad van engagement, van maatschappelijke verbondenheid. Je doet het niet voor je gezondheid en niet voor het milieu, maar binnen de maatschappelijke strijd kies je partij. Als je vast, verbind je je met hen die honger hebben, of gebrek lijden, of in een situatie van geweld leven, onderdrukking of onrecht. Het is dan bijvoorbeeld een signaal aan de machthebber: wij hoeven jouw vreten niet. Zolang je hen uithongert laten wij ons door jou niet paaien. Jouw privileges kunnen ons gestolen worden.

Het is dan ook -bijbels gezien- een beetje vreemd om te vasten en daarna weer doodleuk op heersende partijen te stemmen of met de machten aan te pappen…

Tenzij je dus vast om er wat gezonder van te worden, of omdat je het prettig vindt, of om wat geld te sparen. Waar, ik zeg het nog maar eens, op zich niks mis mee is maar dan kun je elk moment van het jaar vasten.

Doe je het uitgerekend nú, zo in de aanloop naar Pesach toe -het vroeg-joodse Paasfeest van Exodus: van weg trekken uit het bestaande en uit de bestaande structuren- dán is vasten een voorbereiding op een radicaal monastiek bestaan (Google maar eens naar iemand als de door mij bewonderde Shane Claiborne om te zien en te horen wat ik bedoel).

Ikzelf zou kunnen vasten om wat af te vallen, misschien zou ik dat zelfs moeten, maar dan blijf ik verbonden met de huidige welvarende energieslurpende en koolhydratenverslindende samenleving waarmee ik al verbonden was. Dan wordt Pasen het feest van de croissants, de chocoladehaasjes en de Paasbrunch-eieren. Daar verandert echter zo ellendig weinig van.

Voor een radicale monastieke leefwijze is echter wel heel wat nodig. Ik vrees dat ik zozeer ben ingepakt en ingesponnen, -nee, me heb laten inpakken en inspinnen in de huidige cultuur, dat ik me daar nauwelijks nog van weet los te maken. Vasten glijdt dan teveel af tot een doekje voor het bloeden. Veilig en waardevrij matigen. Het is hooguit een strijd tegen de trek, maar niet een duidelijke stem tegen onrecht. Het hoort dan voor de volle 100% bij de "normale" gang van zaken in het welvarende Westen. Balansdagen, Sapkuren, Brooddagen, ff dimmen, Weight Watchers.

Sterker: vasten is dan geen daad van maatschappelijk verzet, maar speelt eerder die machten in de kaart die willen dat de tweedeling tussen rijk en arm niet wordt opgeheven, maar eerder verder verdiept.

Denk ik. Vast en zeker.

 

 

column uitgesproken voor Smelnepodium op 9 maart 2009

Geplaatst: Donderdag 3 maart 2011 - 1 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

"Lik m'n vesje!"

alt

Weet u wat een frame is?

U denkt nu onmiddellijk aan uw fiets, maar dat frame bedoel ik niet.

In de politieke communicatie, en vandaag gaat het over de politiek, wordt steeds meer gewerkt met frames. Een frame is een samenspel van omgevingsfactoren, in beeld gebracht rondom een politicus met zijn boodschap, -factoren die op zich en in samenhang nog veel meer boodschap in zich bergen dan de politicus binnen zo’n frame zelf te berde weet te brengen.

Zo maakt Ger Driessen, CDA-kandidaat in Limburg, nadrukkelijk gebruik van frames. In zijn laatste verkiezingsspot is Driessen te zien waarbij hij op een stoel zit. Voor een paal. En in die paal hangt een heet bezwete paaldanseres. Driessen zal zelf het frame van het voor paal zitten niet onmiddellijk door hebben, vrees ik. Maar frames wérken, ook als je ze niet weet te beheersen.

Het CDA-promotie-filmpje daaraan voorafgaand bevatte ook een aardig frame. Een billboard is het. Een zwaar getatoeëerd type wil daarin wel graag van bil met een bevallige dame. Zij vraagt hem echter eerst wat dat allemaal te betekenen heeft wat er op zijn huid staat afgebeeld. Hij heeft geen idee. Net Geert Wilders dus. Opvallende obligate boodschappen uitzenden, zonder veel diepgang; slechts de opperlaag van de huid betreffend, want veel dieper dan dat gaat het allemaal niet. Geen idee van wat hij werkelijk uitkraamt.

Maar voordat het tot een hartverwarmende omstrengeling tussen die twee komt tilt het meisje haar jurkje op, haar “kontvod”, zeg maar, en toont de man haar ranke blanke blote rechterbil, met daarop een tattoo van het CDA.

En hoezeer Brinkman ook bij Pauw en Witteman bleef volhouden dat het CDA-logo op haar broekje zat, het was haar naakte krent. “Op haar broekje, haar bróekje!”, bezwoer Brinkman ons als kijker, maar te wanhopig en tevergeefs. Ik heb geen verstand van directoirtjes, slips en strings, dat kun je met goed fatsoen niet van een dominee verwachten, ik weet echter zeker dat het niet haar directoirtje, maar haar derrière betrof.

Knap frame overigens. Het CDA als een niet al te welwillende, maar wel aantrekkelijke, jongedame die tegen een schreeuw-lelijkerig heerschap dat met haar aan wil pappen prompt haar pronte kont laat zien. Prominent “CDA” erop.

Nu had ik wel gewild dat het CDA tijdens het afgelopen najaarscongres, het “feest van de democratie”, naar mensen als Ab Klink had geluisterd en niet in zee was gegaan met de PVV. Geen liaison met Geert Wilders, die nu, zo zal vanavond blijken, het CDA inmiddels volledig uiteen heeft gespeeld, en al lang frank en vrij bezig is de PvdA zodanig te bashen, dat die ook flinke schade zal oplopen.

Het frame komt mij dus ruimschoots te laat. Had het CDA inderdaad maar zoiets tegen Wilders gezegd: “Lik m’n vesje.”

U zult denken: wat heeft dat er nou weer mee te maken? Wel, dat is naar mijn idee precies het frame. “Lik me vesje” komt namelijk eigenlijk uit het Frans. Dat “vesje” heeft net zo weinig met een kledingstuk te maken als die blote kont van het CDA-meisje met een onderbroek van doen heeft. Het franse woord “fesse”, betekent… bil. “Lik mijn fesse!” “Je kunt mijn achterste likken”. Laat ik het nu maar even parlementair zeggen.

Door dat echter níet te doen geeft het CDA aan Geert Wilders voortdurend de gelegenheid om zich ongegeneerd door hem “op het vestje te laten spugen”. Op het colbertje.

En dat niet alleen; door niet tegen Wilders te zeggen: “Je kunt mijn achterwerk likken”, worden in de Nederlandse samenleving ook diegenen opzij gezet die bescherming verdienen; en wordt op dit moment een politiek gevoerd van sterke well-to-do heren die de oren laten hangen naar die segmenten in de samenleving die van de twee-deling die inmiddels is ontstaan niet veel te vrezen denken te hebben.

Dénken. Want ik denk op mijn beurt daarbij dat dat een opvatting is van “lik m’n vesje”.

Die mijn steun niet verdient. En vandaag ook niet gekregen heeft.

 

Links naar de in de column besproken filmpjes (CDA Limburg)

 http://bit.ly/grBwVq

 http://bit.ly/gu0HBG

 

deze column werd uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium, op woensdagavond 2 maart 2010

Geplaatst: Woensdag 23 februari 2011 - 9 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Ik stem géén PVV 

Ik kom weleens mensen tegen die iets hebben tegen christenen en tegen christendom. Je snapt het niet, maar het gebéurt!
 
Ikzelf ben een gelovige. Ik voel me er goed bij. Zoals onze burgemeester, Bert Middel, zeker weet dat God niet bestaat, zo weet ik zeker van wel.
 
Hoe werkt dat? Volgens mij is het gewoon een keuze en bij die keuze zoek je vervolgens allerlei argumenten. Omgekeerd werkt niet, hoe vroom de praatjes ook zijn mogen die vrome mensen ophangen. Argumenten brachten diegene niet tot geloof. Het is andersom.
 
En ik ben blij met mijn keuze. Ben ik dan niet bang dat ik me vergis? Nee hoor. Want als ik me niet vergis dan bestaat God en dan kom ik na mijn dood in de hemel. Weliswaar met iedereen, want de God waar ik in geloof laat veel meer mensen toe tot zijn hemel dan de christelijke kerk wil doen geloven. Maar ik vind dat helemáál niet erg. Zelfs wel geinig om daar ook nog eens radio te maken met Petra Kramer Haha, Walhalla-radio!
 
Goed, maar nu even wat serieuzer. Bestaat er niet het risico dat ik me vergís, en dat er dus niks is? Ja, dat risico bestaat. Maar dan merk ik er ook niks van. Hoe kan je iets merken van wat er niet is? Dan ga ik dood en dat was het dan. Ik heb me vergist, maar dat is niet erg. Dan heb ik immers nergens last van?
 
Maar nu omgekeerd. Bestaat er voor degene die zeker weet dat God niet bestaat niet óók zo’n risico? Jazeker! Maar dat is het risico dat er niet gebeurt wat hij of zij gelooft: je gaat dood en het blijkt nog lang niet afgelopen! Het feest gaat dan pas goed beginnen! Ook niet zó erg, uiteraard, maar je hebt wel je hele leven geleefd met een vooruitzicht van: niks. Dat er niks zou zijn namelijk en dat dat ook niet zo nodig zou hóeven voor jou, En nou is het er tóch... ai.
 
Waarom vertel ik u dit, in verkiezingstijd? Omdat ik niet begrijpen kan, met de beste wil van de wereld niet, dat er christenen zijn die binnen het CDA samen willen werken met de VVD en de PVV. Kijk, daar kun je tegen zijn, okay. Maar bij mij gaat het een stap verder: ik begríjp het niet. Hoe kán zoiets? Hoe kun je Jezus serieus willen nemen en ondertussen pacten en concordaten sluiten met deze politieke partijen?
 
Nu ga ik er voor het gemak even van uit dat als iemand zich naar Jezus Christus nóemt, en dat doe je als je zegt een Christen te zijn, dat je dan degene wiens naam je overneemt ook serieus neemt. Je haalt je naamgever toch niet al te makkelijk door het slijk?
 
Maar nu het punt: als Jezus één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het wel dit: van dat eeuwige wel-of-niet-in-de-hemel-komen hoeft niemand een punt te maken, want dat is geen enkel punt. Om die reden mag men geloven wat men wil. Wie daar een punt van maakt doet dat als afleidingsmanoeuvre. Bij wijze van alibi.
 
Wat is dan wel het punt? Niet het leven ná de dood maar dat ervóór. En over het leven vóór de dood heeft Jezus zo het één en ander gezegd. En hoe zou het zijn wanneer we ervan uit zouden gaan dat Jezus méénde wat hij zei?
 
Zal ik één pregnant voorbeeld noemen?
 
Op een dag ging Jezus met zijn leerlingen tegenover de tempel zitten en tegenover de offerkist. Dat “tegenover” vertelt de bijbel niet voor niks zo. De offerkist staat symbool voor het religieuze systeem van het afhandig maken van geld. Allerlei mensen gooiden geld in die offerkist. Rijken konden zo makkelijk goede sier maken en dat is niet onprettig. Maar er kwam ook een weduwe. Weduwen staan in de bijbel voor de totaal rechteloze, die nergens meer een beroep op kan doen. Wat voor een wees gold in die dagen gold ook voor een weduwe. Zij was arm maar zij wierp er ook een paar munten in. Het waren echter de laatste muntjes die zij had. Haar hele leven offerde ze op. Kijk, zegt Jezus dan: kijk wat er gebéurt. Nu zie je met eigen ogen hoe de armen worden uitgeknepen tot op het bot, tot en met hun laatste cent. Ik ben ervan overtuigd dat van deze tempel, deze godsdienstige uitbuiterij, geen steen op de ander gelaten moet worden. Dit moet met de grond worden gelijkgemaakt, deze religieuze afperserij, anders komt er geen sodemieter van ons allemaal terecht.
 
Ik kan deze voorbeelden met talloze andere aanvullen. Jezus had ernstig bezwaar tegen diefstal, en zéker tegen godsdienstige diefstal, en helemáál tegen godsdienstige diefstal waarbij de rijken goede sier weten te maken terwijl de armen worden afgeperst en uitgekleed. Dan werd hij witheet. Maar dat was geen vrome maagdelijkheid maar withete woede.
 
Hoe kan het nu dat het CDA er geen been in ziet, sterker nog, zelfs heil, om in Jezus’ naam het mes te zetten -samen met de VVD en de PVV- in voorzieningen voor mensen die het moeilijk hebben? Zoals onderwijs aan kinderen met problemen, of aan kinderen in de derde wereld? Onbegrijpelijk.
 
Er circuleren nu op twitter lijstjes met namen van mensen die zeggen: ik stem géén PVV. Dat is mooi. Maar als je dan wél zou stemmen op het CDA of de VVD, dan zijn de weduwen en wezen in onze samenleving er helaas even beroerd aan toe. Hou hun uitbuiting tegen door een eerste kamer mogelijk te maken die er -hopelijk- een stokje voor kan steken.

uitgesproken voor de microfoon van Smelnepodium, 23 februrari 2011, 19.00 u tot 20.00 uur

Geplaatst: Woensdag 9 februari 2011 - 6 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Ik laat die twibbon nog maar even staan…

alt

Een twibbon is een ribbon op je Twitteravatar.

Tijdens verkiezingscampagnes bijvoorbeeld zie je allerlei avatars waaroverheen een soort stickertje lijkt geplakt met: PvdA, of: CU, of: D66. Laatst kwam er een tweet voorbij van een collega die mij vroeg: “Wat betekent toch dat #JAN25 onderaan jouw foto?”

Nog geen minuut later weer een tweet, met: “Sorry, ik had ook even op de hashtag kunnen klikken”.

Waarom doet een mens zo exhibitionistisch? Je zoekt voor je profiel al de meest charmante foto uit, zelfs Petra Kramer doet dat vind ik, want zij heeft op dit moment een magnifiek markante deco-twitteravatar, met name omdat de vorige, die met de naakte meid van de PSP, niet door de moralistische Facebook-beugel kan, zo heb ik begrepen, -in elk geval, door je op je charmantst voor te doen, belezen, bij de pinken, bijdehand en begaafd, krijgt heel dat Facebook-, Linkedin- en Twittergebeuren iets van een exibitionistische orgie. Toch? Of nie? Met de site who.unfollowed.me als scherprechter in deze populariteitspsychose.

Ik zal u zeggen hoe ik zo verwaand kom om die twibbon te gebruiken. “Jan25” slaat op de 25e januari. De dag dat de revolutie in Egypte begon. Stoer, zult u zeggen, om vanachter je bureau, met een paar luizige muisklikken, je te verbinden met de keiharde revolutie in Egypte op het Tahrirplein; waar eerst stenen en later molotowcoctails en uiteindelijk kogels zijn ingezet door de machthebbers om het protest keihard te breken. En ondertussen zit jij je hypotheekrente af te trekken en je zoveelste veel-te-veilige-preek voor aanstaande zondag te tikken.

Wie dat tegen mij zegt moet ik gelijk geven. Dat is ook zo. En toch laat ik de twibbon nog even staan.

Zeker na de zwaar op Churchill leunende speech van Geert Wilders in de soap die het Mosckowiczproces inmiddels is. “Overal in Europa gaan langzaam de lichten uit”. Wat een stijl, wat een alliteratie. Eén van de quotes die Wilders uit een speech van Churchill stal, om daarmee de Islam te verbinden met het Duitse fascisme. Een extra uitzending Zendtijd voor Politieke Partijen, gelardeerd met het door Goebbels gemunte begrip “Totale Oorlog”. En hoewel ik weet dat zelfs iemand als minister Rosenthal, op één van de vele verschillende hotelbedden die hij al rondreizend beslaapt, soms angstig zal dromen van het feit dat Wilders weleens gelijk kon hebben met zijn waarschuwingen tegen islamitische dictaturen, maak ik er ernstig bezwaar tegen.

Op twitter volg ik Nevine Zaki. Ik volg haar al vanaf het begin van de gebeurtenissen op het Tahrirplein. “I am not an activist nor a photographer, I am an Egyptian”, schrijft zij in haar profiel. En vorige week stuurde zij een foto de wereld rond, die zij had gemaakt op het plein, op het moment dat knokploegen van Mubarak met veel geweld de demonstratie wilden breken. Op die foto is iets bijzonders te zien. Vele tientallen moslims zijn daar aan het bidden op de grond van het plein en om hen heen staan jonge mensen, in een waakzaam cordon, om hen te beschermen tegen het geweld van de tegendemonstranten. Christenen beschermen Moslims in gebed, twitterde Nevine Zaki erbij.

alt

Later, toen blijkbaar nogal wat mensen haar niet wilden geloven en vroegen hoe zij dat wist, dat die jonge mensen christenen waren -dat kon je immers niet aan hun neus zien- stuurde ze een tweede foto er achteraan, gemaakt door iemand die naast haar had gestaan. Daarop zag je de hand van één van die jongens, met een koptisch kruisje getatoeëerd op zijn pols.

Ik heb gereplyd dat ik haar foto zou laten zien in de kerkdienst de volgende zondag, en heb dat ook gedaan. Wat er uit de revolutie komt in Egypte, weet nog niemand. Dat er op dat plein hoopvolle dingen gebeuren heeft Nevine Zaki de wereld laten zien. Een ikoon.

En die hedendaagse ikoon laat ik me niet afnemen door de holle retoriek van Geert Wilders. Dat die man niet begrijpen wil dat de enige manier om van extremisme af te komen is: een verbond sluiten zoals deze jonge Kopten hebben begrepen vind ik onbegrijpelijk.

Omdat dat mij zo heeft geraakt, die foto van Nevine Zaki, laat ik de twibbon, hoe exhibitionistisch ook, nog maar even staan.

Ook een luie leunstoelrevolutionair als ik heeft behoefte aan tekenen van hoop in een wereld waar teveel politici bestaan à la Geert Wilders die meer olie op het vuur verlangen dan bereid zijn in olie op de golven te geloven.

 

uitgesproken voor de microfoon van SmelnPodium, 9 februari 2011, 19.00 uur tot 20.00 uur

Geplaatst: Woensdag 2 februari 2011 - 8 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Opzouten allemaal!

 

Het is wel weer de week van het doorgeven, uitleggen, informeren, draagvlak creëren. Zowel Ian Thorpe als Hosni Mubarak gaven gisteren aan dat ze niet definitief wilden stoppen en dus doorgingen. Alleen Thorpe was vandaag trendingtopic op Twitter. Mubarak niet. Wat het zegt weet ik niet. Ik geef het maar even door.

Ook de firma Redema, één van de projectontwikkelaars van ons aller Raadhuisplein, geeft zo nu en dan wat door. Niet vaak en niet veel, maar toch. Dat ze in onderhandeling zijn met corporaties bijvoorbeeld. Die weten dat nog niet, dus dat geef ik ook maar even door. Je kunt niet genoeg doorgeven.

Je moet wel steeds blijven opletten, als er wat wordt doorgegeven of uitgelegd. Dat valt niet altijd mee, die stroom aan voorlichting. Dus ik begrijp best dat wethouder Ketelaar het soms niet kan bijhouden, zoals gisteravond in de Raadsvergadering.

En ik weet waarover ik het heb, als dominee. Wat ik zelf niet allemaal doorgeef, aan info! Dat grenst aan... het ongelooflijke.

Het Raadhuisplein, om daar even op terug te komen, want Conrad, die nu bij Yankee Doodle aan de T-bone steaks zit te knagen vind mijn column wel wat te christelijk. Nou ja, het zij hem vergeven. Dat Raadhuisplein, dat bevalt me wel op dit moment. Ik kom namelijk uit Rotterdam, uit de Prachtwijk Pendrecht, tweede op de lijst van Vogelaarwijken; ooit uit de grond gestampt in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, vanwege de woningnood die was ontstaan doordat de Duitsers de stadsvernieuwing grondig en in no-time hadden aangepakt in de Maasstad. Ik ben dus opgegroeid in één grote bouwput. Het Raadhuisplein hééft wel iets. Daar komt bij dat ik vanuit kringen van het gemeentehuis heb begrepen dat Drachten op Rotterdam moest willen lijken, welnu, dat gaat aardig lukken zo. Van mij mag het voorlopig zo blijven dus. Geen Fries dorp dat een dergelijke aanblik kent. Uniek. Moeten we prompt vermarkten. Tip voor Bert Middel.

En als u nu denkt dat het wat teveel van het goede is, allemaal. Dat vind ik ook. Ik word er een beetje chagrijnig van, steeds te worden voorgelicht, uitgelegd, bijgepraat, bedraagvlakt. Alle tips, let op’s en allerhande duidingen: opzouten, weg ermee!

Zo zit ik vanmorgen met mijn eerste kop koffie. De ogen nog stijf in mijn hoofd, giet ik een wolkje melk erbij en wat zie ik: een serveertip. Op het pakje koffiemelk zie je namelijk een fotootje van een wolkje melk dat in een kopje koffie wordt gegoten en daar staat een tekstje bij geprint: "serveertip". Nee, daar had ik met mijn botte hersens nog niet aan gedacht. Dat je de koffiemelk in een kop koffie kan serveren! Zo zijn er ook serveertips voor hagelslag... drie keer raden? Op een boterham, ja. En voor vanillevla...? In een kommetje, precies.

Maar het kan erger. Op de radio hoor ik steeds een strenge stem na de reclames die erop gericht zijn om geld te steken in malle bankproducten met grove winsten voor de banken zelf, - een stem die uitlegt: "neem geen onnodig risico, geld lenen kost geld."

In wat voor wereld ben ik beland? Hoe dom word ik geacht te zijn? En wat wil er nu eigenlijk doorgegeven worden? Neem geen onnodig risico, neem alleen een risico als het nodig is. Als je geen geld hebt, ga je lenen. Maar dat is dus geen onnodig risico? Je hebt de poen hard nodig en vervolgens word je een poot uitgedraaid. Dat is niet eens een risico, dat staat vast. Wie daarentegen zwemt in het geld en van gekkigheid niet weet waar ‘ie ermee heen moet, die heeft het nu juist niet nodig, dat risico.

Maar het kan nog erger. Het toppunt van uitleg vind ik wel het jongste kabinetsbesluit. Een premier van een minderheidskabinet en een partijleidster die nog geen partijleidster is staan plotseling volledig verliefd en zwaar geëmotioneerd, elkaar in de poppetjes van de ogen kijkend, tegenover elkaar in de tweede kamer. "Lieve Jolande, gun je mij, met al de garanties die ik in mij heb, de ruimte om mijn gang te gaan?" "Jawel, lieve Mark, maar wil jij dan op jouw beurt mijn draagvlakje creëren?" Pure politieke erotiek. En erotiek schijnt altijd iets met geweld te maken te willen hebben, dus we gáán maar weer op Afghanistan af, nu wel succesvol. Een politionele actie dit keer. Geen militaire dus.

Nou, dat weten we, als Hollanders, wat dat zijn: politionele acties. Dat hoef ik niemand uit te leggen. En anders kunnen de Molukkers, die zo trouw onze politionele acties hebben gesteund en bereid waren uit het Indonesische leger te deserteren om naar onze politie over te lopen, ons wel vertellen hoe opbouwend die missies waren. Maar niet heus. Ik ben dus tegen.

Maar wat gebeurt er? Door het hele land reizen nu kamerleden om uit te leggen waarom ik vóór de nieuwe politionele acties zou moeten zijn, in het zand en stof van Afghanistan en onder de welluidende naam "Missie Stofzuiger".

En als ik dat na de zoveelste uitleg nog niet begrijp, dan komen ze naar me toe en leggen het me nóg een keer uit. Tot ik het snap.

Ik ben tegen en heb geen uitleg nodig. Ik heb geen zin te moeten functioneren in het draagvlak van Sap. Tip: zullen we het daar dus alsjeblieft bij laten?

uitgesproken voor de microfoon van Smelnepodium op woensdagavond 2 februari 2011

 

Geplaatst: Donderdag 27 januari 2011 - 20 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Het Draitfestival... en de kerk?

Gisteravond hadden we een bijeenkomst in de Eatcorner van Johannes in winkelcentrum de Drait. We, dat zijn degenen die uitgenodigd waren door de organisatie van het Muziekfestival dDrait, dat dit jaar voor de tweede keer gaat plaatsvinden, nu niet na de zomer, maar ervoor, en wel  op 27, 28 en 29 mei aanstaande. Dat festival is een regelrecht gevolg van het bestaan van DrachtenWilJeMeemaken.nl, eenvoudig omdat de organisatoren elkaar daar hebben ontmoet.

Ik heb in een tweet naar de organisatie voorgesteld dat, als de tent er toch staat op zondag, het de moeite waard zou kunnen zijn om daar een kerkdienst in te houden voor wijkbewoners. Maar kerkdienst vind ik al meteen een lastige aanduiding.

Recent engelstalig onderzoek naar beeldvorming laat zien dat vooral jonge mensen bij de kerk denken aan drie dingen, hypocritical, judgmental en anti-gay. En daarna volgt vooral: boring. De kerk heeft dus een akelige imagopuzzel. Een klein probleempje dat de kerk voor een groot deel zelf veroorzaakt heeft.

Maar ook steeds weer bevestigt. Mensen binnen die kerk zitten zo vast aan bepaalde rituelen en gewoonten. En aan jargon. Dat is gewoon verschrikkelijk. Ik merk dat dagelijks.

Ik sta weleens te kijken bij het steeds weer terugkerende country-line dansen onder het carillon. Die mensen die dat doen zijn daar serieus mee bezig. Ze trainen erop en oefenen, misschien wel wekelijks. Zou zomaar kunnen. En ik zeg er geen kwaad woord van. Maar als ik daarnaar sta te kijken: die kleding, die cowboyhoeden, die laarzen inclusief gemonteerde sporen, die eeuwige eentonige muziek en die koele blik in de ogen, en dan die pasjes, links en rechts, voor en achter en draaien maar weer. Sorry maar het werkt vanwege het volstrekt vervreemdende effect vaak op mijn lachspieren.

Omgekeerd beseft de kerk veel te weinig, zo vrees ik, dat ze zich in zekere zin voordoet als een groep country-line-dancers onder het carillon middenin Drachten.

Er was eens een oude priester die elke dag naar de kapel ging om te bidden. Maar elke keer als hij de kapeldeur opendeed glipte er ook een kat naar binnen. De kat leidde de priester af door te miauwen en langs de benen van de priester te strijken zodat de priester de kat naar buiten bracht en aan een boom voor de kapel vastbond. Na het gebed liet hij de kat weer los. En zo ging het elke dag. Op een dag stierf de priester en de leerling-priester die hem opvolgde bond op zijn beurt ook elke dag de kat vast aan de boom tijdens het gebed. Vervolgens stierf de kat. De priester kocht onmiddellijk een nieuwe kat om aan de boom te kunnen vastbinden. Dat gaat zo generaties door: steeds nieuwe priesters en elke keer nieuwe katten. Tot tijdens een zware storm de boom omwaait. Waarop de priester een nieuwe boom plant om de kat aan vast te kunnen binden. En eeuwen later komen er theologen en die schrijven een diepzinnige studie over de uitzonderlijke betekenis van het vastbinden van katten aan bomen tijdens het gebed.

En dat is dan nog maar het jargon. De uiterlijkheden. Dan heb ik het nog niet gehad over het hypocriete, het veroordelende en het homofobe imago dat aan de kerk kleeft. Wie denkt dat dat allemaal wel wat meevalt moet  bijvoorbeeld het rapport UnChristian van David Kinnaman eens doorlezen.

Ik vrees dat het niet meevalt. Ik zie mensen binnen de kerk, die daarbuiten niet veel anders doen dan andere mensen. En dat wordt -terecht lijkt mij- hypocriet gevonden: als er alleen op zondag iets van te merken zou zijn. Hoe kan het dat men wel een dakloze aanbidt op zondag, maar op maandag de daklozen niet meer ziet? Ik zie ook cijfers. Ik zie dat méér dan 90% van de uitgaven die een kerk doet, doorgaans niet aan het opheffen van armoede wordt besteed. Ik hoor dat de meerderheid van de morele verontwaardiging in kerkelijke vergaderingen zich niet richt op het aangaan van steeds weer nieuwe oorlog in Afghanistan, maar op morele kwesties als het homo-huwelijk. Dat alleen in de kerk bestaat in die zin: dat het er niet zou mogen zijn, terwijl de burgerlijke stand, die toch huwelijken sluit, zoiets als een homo-huwelijk helemaal niet kent zelfs. Een huwelijk is een contract tussen: twee mensen! Klaar!

De organisatie was in elk geval blij met mijn suggestie. Daar was ik op mijn beurt weer blij mee. Maar ik heb nu ook een probleem. Hoe giet ik het zo in het vat, op de zondag van het festival, dat de beeldvorming waarover ik het hier zo moedig heb, ter plekke niet weer tamelijk laf wordt bevestigd?

Wie het weet mag het zeggen.

Naar mijn idee moet er een manier zijn om je eraan te ontworstelen. Niet hypocriet, niet judgmental en niet anti-gay dus, en niet boring. Niet om me mooier voor te doen dan ik ben, maar omdat ik me niet zo in de vooroordelen uit het onderzoek herken. En vooral: me niet in herkennen wil. Hoewel ik wel eerlijk durf toe te geven dat ik de last van de kerk met me meedraag en niet net kan doen alsof ik daar niets mee te maken heb.

Met plezier op naar eind mei.
De Drait: the place to be.
Met zijn allen.
 

column uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium op SmelneFM, 26 januari 2010 

Geplaatst: Donderdag 20 januari 2011 - 3 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Leerprocessen met dodelijke afloop

Er zijn leerprocessen, waarbij je de juiste dingen leert om in de samenleving zinvol mee te kunnen doen en er zijn, dat zal niemand willen ontkennen, dan dus ook verdommingsprocessen. Dan leer je wel, maar kun je, met wat je geleerd hebt, niet veel doen. Of niet veel goeds doen.

Dat is niet nieuw. Deze gedachte. In oeroude sprookjes wordt dat al duidelijk gemaakt aan kinderen, dat leren niet altijd betekent dat je iets opsteekt waar je wat aan hebt. Sterker: er zijn leerprocessen met dodelijke afloop.

De kerk is het duidelijkste voorbeeld waarvan jonge mensen vinden: wat je daar leert, daar wordt je niet veel wijzer van. Je leert namelijk -in het slechtste geval- dat er wellicht redenen zouden kunnen bestaan om grote groepen mensen af te schrijven. De door God verdoemden. Dat ruimt op.

Maar ook vele scholen zijn blijkbaar zo gepreoccupeerd door de samenleving, of laat ik zeggen: door de politieke bovenbazen die de samenleving besturen en inrichten, op voorspraak van bedrijven en ondernemingen, met hun couponsnijders, hun aandeelhouders, dat zij -die scholen bedoel ik- voortdurend aan het testen zijn om te zien of hun "product" aan het eind van het productieproces wel voldoende van de band rolt: inzetbare krachten in dat maatschappelijke krachtenveld.

En het wordt er politiek gezien niet veel beter op. Hoewel ik er een voorstander van blijf om steeds tegen elkaar te zeggen dat we in een tamelijk succesvol en in een vrij behoorlijk bestuurd land wonen. Het heeft geen zin om het hier een Tunesië aan de Noordzee te laten lijken.

De meeste mensen in ons land hebben een comfortabeler leven dan koningen in paleizen zo’n vierhonderd jaar geleden. Die hadden te kampen met rottende kiezen, schurft, aarswormen en ander ongerief. Ze konden geen warme douche nemen, zaten voortdurend op de tocht en moesten slapen in klamme en natte bedden. Ik zeg niet dat mensen in ons land navenant tevreden zijn. Maar we zijn wel een stuk welvarender. Dus een politieke partij die schreeuwt dat ons land bevrijd zou moeten worden, of dat er provincies zijn die bevrijd moeten worden... ik zie dat niet onmiddellijk.

Maar de kinderen in ons land, wat leren die?

Even een linkse hobby van mij, zolang het nog kan, een verhaal vertellen op de radio: Er was eens een oude geit die zeven jonge geitjes had. Ze had hen lief. Op een dag moest ze het bos in om voedsel te halen. Zij riep ze alle zeven bij elkaar en zei: Lieve kinderen, wees op je hoede voor de wolf; als hij binnen komt eet hij jullie op. Hij vermomt zich vaak, maar aan zijn ruwe stem en zijn zwarte poten kun je hem meteen herkennen. De geitjes gaven aan het geleerde begrepen te hebben.

Maar zijn de geitjes met deze kennis er veel wijzer van geworden? Hun zintuigen zijn geïsoleerd. Ze kunnen wat ze zien en horen niet combineren en beoordelen De wolf verandert zijn stem maar laat zijn poot zwart. Vervolgens laat hij zijn poot blonderen, maar dat brengt de arme geitjes nog niet op de derde en bepalende gedachte, namelijk dat er een ideologische leugenaar aan het werk is, die onder het mom van vrijheid de geitjes naar het leven staat. Met rolverwisseling “ik ben je moeder” en met consumptieaanbod “ik heb wat voor je meegebracht” laten de geitjes zich betoveren door een vreemde macht. Het geitje dat het meest bij de tijd is verstopt zich in de klok maar blijkt uiteindelijk ook weinig of niets geleerd te hebben en doet slechts verslag van de dramatische gebeurtenissen zonder er blijk van te geven enig inzicht te hebben opgedaan.

We mogen hopen dat de volgende verkiezingen niet te naïef tegemoet getreden worden. Geen enkele verkiezing is een kleinigheidje. En wie bij u aankomt met beloften als “vrijheid” en “democratie” of zelfs “Lebensraum”, die is inderdaad nog niet per se als een zorgzame moeder voor je en heeft niet vanzelfsprekend iets lekkers voor je meegebracht. Dat staat namelijk nog te bezien.

Op een gegeven moment gaat in het sprookje de boze wolf ten onder met een buik vol stenen, als toegevoegd gewicht. Zoals dat gebruikelijk is bij dictaturen. Maar wij leven niet in een dictatuur. Dat betekent dus dat we zoveel mogelijk onze ogen en oren goed open moeten houden.

En vooral dat we wat we te hóren krijgen voortdurend in verband moeten brengen met wat er te zíen valt.

De verkiezingscampagne is begonnen!

 

Geplaatst: Woensdag 12 januari 2011 - 16 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Kruisverkrachting 

Gisteren twitterde Alexander Pechtold opgewonden en uitgelaten dat Peter van Straaten de Inktspotprijs 2010 heeft gewonnen. Op de winnende tekening is een geknield jongetje te zien met zijn handjes gevouwen en zijn ogen dicht terwijl in zijn poepgaatje een gigantische crucifix is geramd. Ontzettend grappig. Jezus als opdringerige buttplug. Maar dan wel één die splintert.

alt

Ik kan me voorstellen dat iemand die zo’n weerzin tegen christenen heeft opgebouwd als de D66'er Alexander Pechtold likkebaardend smult van zo’n plaatje, er met zijn Iphone onmiddellijk een kiekje van schiet en die vervolgens zo snel als maar kan de hele wereld over twittert. Moet je ‘s kijken. Ha ha!

Tijdens zijn oudjaarsavondshow steekt Guido Wijers obsceen zijn leuter in de mond van een vrome kleuter onder het uitspreken van de onsterfelijk grappige woorden: "hier, lichaam van Christus". Applaus voor de satiricus.

Beide, zowel Peter van Straaten als Guido Wijers, halen in hun platte satire bij lange na niet het niveau van Theo Maassen, die al eens in één van zijn shows (Tegen Beter Weten In (2006)) een crucifix in zijn armen heeft genomen, gekust en uiteindelijk liefdevol afgelikt. Uit mededogen. "Heeft zo zijn best gedaan, maar ja, waarvoor? Zal ik je eens wat naastenliefde geven?" Juist dat mededogen bracht twee, drie, diepere lagen aan waardoor de satire de moeite waard werd. En sterk.

Wijers en van Straaten hebben er blijkbaar niets mee, met Jezus, en rekenen er genadeloos mee af. Theo Maassen niet. Die houdt iets kwetsbaars overeind, van hemzelf én van degene die hij in zijn armen houdt. En dat maakt het zo boeiend.

Overigens is het voor de kerk een koekje van eigen deeg. Ik hoor niet veel verzet tegen de winnende prent van de Inktspotprijs. Misschien dat dat nog komt. Niet iedere christen ziet de Twitters van Pechtold.

Maar als je als kerk ongegeneerd mensen veroordeelt, en dat doet en deed de kerk, dan kun je deze satire verwachten. En moet je er niet sneu over gaan zitten doen. Ik ook niet. En toch...

Het maken van spotprenten over de kerk is bepaald niet nieuw. Beroemd is een spotprent uit de eerste eeuwen, gevonden op een muur in het antieke Rome. Daarop zie je ook een biddend mannetje, tegenover een kruis met daarop een christusfiguur. Het bijzondere is dat die figuur aan het kruis afgebeeld is met een ezelskop. Eronder staat de tekst: "Anexamenos vereert zijn God".

De prent wordt des te boeiender wanneer je weet dat het woord ezel, asinus in het Latijn, een dubbelzinnig woord is. Tacitus schrijft een verhaal over iemand die bij een hoer komt, waarbij de hoer aan haar klant vraagt: wanneer zullen we samen wat eten, vóór, of na de ezel?

Wat irriteerde de Romeinen zo? Christenen werden net als Joden, waartoe ze werden gerekend, beschouwd als atheïsten. Ze hadden geen beeld van God. In de tempel van Jeruzalem hadden de Romeinen, na de inval, geen beeld gevonden, namelijk. Er stond alleen een kistje in de tempel, maar dat was leeg.

 Christenen geloofden niet in God. Niet in de Romeinse staatsgoden althans. Niet in de goden en godheden van de machtigen en de rijken. Jezus van Nazareth, die het opnam voor de veroordeelden, voor de maatschappelijk en moreel gedevalueerde mensen, die altijd bereid was mensen met elkaar te verbinden in plaats van tegen elkaar uit te spelen, -ja híj had nu iets laten zien waarvan zij zeiden: "Als er een god is, waar wij geen idee van hebben en geen voorstelling van kunnen maken, -maar áls er zoiets is als een god dan is het voor ons de way of life van díe man. Die Jezus. Wat hij laat zien, daar gáán we voor. En de rest is bijgeloof.

 De kerk heeft echter met een crucifix in de hand te vaak mensen wél veroordeeld, weggezet, tegen elkaar uitgespeeld, verbindingen tussen hen verbroken, en te veel en te vaak de kant van de machtigen gekozen.

Zo’n kerkelijke Jezus kun je wellicht -excusez le mot- in je reet steken, inderdaad. In die van jezelf dan. Maar tot overmaat van ramp raakte de kerk betrokken bij de pijnlijkste seksuele schandalen die je bedenken kunt. Hoewel ik dat nog lastig vind: er iets bij te bedenken. Er zijn kinderen opgeofferd aan perversiteiten. Hoge bomen vangen heel veel wind. Dat valt niet meer goed te praten.

 Een héél ruimhartig en keihard uitgesproken excuus zou op zijn plaats zijn. En geen gewauwel van "Wir haben’s nicht gewusst", Zó keihard dat daarna, totdat de Messias komt, de kerk niemand meer met goed fatsoen kan veroordelen of moreel devalueren.

In dat licht bezien is de Inktspotprijs terecht naar de tekening met als titel "kruisverkrachting" gegaan. Ik ben echter bang dat de satire toch wat te plat is, wat als nadeel heeft dat de kerk wanneer puntje bij paaltje komt zich er te makkelijk van af kan maken en zich er toch weer onderuit weet te draaien.

column uitgesproken voor Smelnepodium 12 januari 2011, 19.00 - 20.00 uur

 

Geplaatst: Donderdag 6 januari 2011 - 37 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

 

In het verkeerde keelgat geschoten

Het nieuwe jaar is weer begonnen. De crisis van vorig jaar lijkt overwonnen, althans, het is inmiddels geregeld wie de gevolgen van de crisis moet gaan betalen. En intussen schuiven bankiers elkaar weer stevige bonussen toe en blijkt er niets te zijn veranderd. Old school. Business as usual dus.

Vorig jaar sprak ik een bankier en die meende dat klanten die in de problemen waren gekomen dat vooral aan zichzelf te wijten hadden. Zij hadden die risicovolle producten uiteindelijk zelf willens en wetens aangeschaft. Met dollartekens in de ogen vanwege de fraaie rentes. En dus moesten ze achteraf niet zo verschrikkelijk klagen.

Dat schoot mij in het verkeerde keelgat. Ik zei hem: jij hebt op je marmeren gevel in neon het woord "bank" gemonteerd. En daarom brengen mensen in vertrouwen het geld bij jou in dat prominente pand. Maar als je op diezelfde gevel "Pietje Puk’s Gokpaleis" zou hebben geschroefd, dan zou je merken dat je veel minder klanten kreeg. Je zet dus wel degelijk mensen op het verkeerde been door te suggereren dat hun geld zorgvuldig wordt beheerd en er niet met hun geld wordt gegokt.

Zoiets is een frame. Mensen hebben bij het woord "Bank" en bij de aanblik ervan bepaald niet het idee dat ze met een regelrecht roulette-syndicaat te maken hebben. Dat zit hem in het woord: Bank en in de wijze waarop bankiers hun gokpaleizen uiterlijk weten vorm te geven. Dat is een frame. En daar maken bankbedrijven gaarne gebruik van.

Kerken hebben er vaak juist last van, van hun gebouwen. Ik hoor het kerkenraden nogal eens zeggen: de mensen komen niet, dus blijkbaar vertikken ze het om in Jezus te geloven. Ook die opmerking schiet mij altijd in het verkeerde keelgat. En al 25 jaar loop ik dus regelmatig rochelend door kerkenraadskamers. Want zo lang ben ik nu predikant.

Mensen komen niet omdat ze niet willen geloven? Wat een akelige conclusie is dat. En wat weinig zelfkennis van veel kerken. Mahatma Ghandi zei al: ik heb veel respect voor Jezus en zijn boodschap maar ik heb enorme moeite met zijn volgelingen.

Een kerkgebouw is nu eenmaal een pand dat de uitstraling heeft van: georganiseerd geloof. Daarbinnen wordt bepaald hoe er geloofd dient te worden. Gepatenteerd geloof in Jezus. Ja, en was dat maar waar, maar vaak is het gepatenteerd geloof in de morele regels en mores van het christendom. En dat is niet per se hetzelfde.

Dus mensen stappen daar niet snel naar binnen wanneer ze graag zelf willen bepalen wat ze wel en niet geloofwaardig vinden aan wat Jezus zegt. Als Jezus bijvoorbeeld zegt: "oordeel niet want met het oordeel waarmee jij anderen oordeelt zul je zelf worden geoordeeld", dan spreekt dat mensen wellicht méér aan dan veel kerkenraden denken. En de stap naar een kerk is daarom moeilijk omdat er in kerken vaak wordt geoordeeld bij het léven. Dat homo’s iets doen wat niet zou mogen. Of sterker nog: iets zijn wat niet door de beugel zou kunnen. Ik noem maar een afschrikwekkend voorbeeld, dat met vele andere aan te vullen zou zijn.

Ik ben een bijzonder aardig boek aan het lezen: "Een jaar leven volgens de Bijbel", van de Joodse schrijver en journalist: Arnold Jacobs. Die probeert een jaar lang consequent alle bijbelse geboden en voorschriften in de praktijk te brengen. Dat levert een hilarische situatie op waarbij het volstrekt duidelijk wordt dat dat niet te doen is. En dat het er dus ook niet om kan gaan volgens wetten en regels te leven. Een kerk die blijft suggereren dat het daar wel om te doen zou zijn, slaat de plank volledig mis.

"Motten zijn nare beesten", zei mijn moeder altijd. En dat heb ik goed onthouden. Maar in de kerk staat te vaak de Maggi-fles op tafel. Wat mag ‘ie wel en wat mag ‘ie niet?

Ik denk dus dat mensen het gesprek met hun eigen geweten aan moeten gaan. Laten ze dat vooral dúrven. En dan niet je geweten sussen, maar laten uitspreken.

Ik verlang naar een kerk die mensen dáárin wil steunen en dááraan wil bijdragen. En ik vermoed dat als bankiers dat gesprek aan zouden durven, ze misschien wel zouden afzien van het incasseren van die gigantische bonussen. Maar niet alleen bankiers, maar ook politici zouden meer het gesprek met hun geweten aan moeten gaan. En ondernemers. En journalisten. En niet in de láátste plaats dominees, zoals ik. Want het beeld van de kerk wordt vooral door dominees bepaald, en daar hoor ik nu eenmaal bij.

Ik hoop dat ik nog wat tijd heb om te werken aan een kerk die de gewetens van mensen serieus durft nemen en daar niet overheen walst met morele opvattingen met zéér beperkte houdbaarheidsdatum.

Nog een jaar of vijfentwintig erbij dan maar...

 

uitgesproken voor de SmelnePodium-microfoon op 5 januari 2010

 

Geplaatst: Woensdag 29 december 2010 - 6 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

Over het bedrog bij de Jaarwisseling 

 

De tiende maand van het jaar is bijna afgelopen. Het jaar loopt eigenlijk nog twee maanden verder door. Oktober was immers de achtste ('octo' is acht), november is dan dus de negende en december de tiende, dat kun je nog duidelijk aan hun namen horen. Dan volgen nog: januari en tenslotte februari, die vervolgens iets korter is omdat aan het eind van het jaar een correctie dient plaats te vinden in verband met het draaien om de zon. Twee dagen per jaar korter is echter een beetje teveel van het goede, dus eens in de vier jaar doen we weer er een schrikkeldag bij, en zo komen we steeds redelijk uit voordat het nieuwe jaar -op 1 maart- begint. Begón; vroeger. Want Pausen en Keizers willen zich graag onsterfelijk maken, dus die begonnen regelmatig met de kalender te knoeien en er dingen in te veranderen. Vandaar dit vreemde moment van jaarwisseling.

Wat vieren we dan in de nacht van 31 december naar 1 januari? Ik zou het niet weten! Erg magisch is het sowieso niet. Er gebeurt niet zoveel. Mensen dénken dat er heel wat aan de hand is en proberen met veel kabaal te voorkomen dat boze geesten in een kwaad ogenblik midden in de nacht het nieuwe jaar binnenglippen. Maar verder wel een leuk feest, wat mij betreft. Dat Jezus op 25 december geboren zou zijn is zeer onwaarschijnlijk. En stellig niet in het jaar nul. Ook bedrog kan leuk zijn. Voorzover er niet teveel wordt gesloopt en gereld. Er zijn er die dat het summum vinden, maar ik ben wat saai aangelegen.

Over bedrog gesproken: zo liep er ooit een man voorbij een etalage en in die etalage stond een bord: "Hier persen wij uw pantalon". De man gaat naar binnen en vraagt aan de uitbater of zijn pantalon geperst kan worden, en zo ja wat dat kost en of hij erop kan wachten. Waarop de winkelier zegt: "Dat doen wij niet, wij persen geen pantalons. Wij verkopen alleen dat bordje, dat u in de etalage ziet staan."

Soms wil ik het wel graag voor christenen opnemen. Maar het misverstand is dan snel dat mensen denken dat ik het over de huidige kerk heb. Of over de Roomse Kerk van eeuwen. Met machtsmisbruik en ander ongerief. Maar er was een tijd dat het opviel wat mensen deden, niet omdat ze zeiden dat ze tot het christendom behoorden, want dat bestond eigenlijk nog helemaal niet: er was geen dogmatiek, geen hoogkerkelijke liturgie en met de macht van de keizer wilde men, anders dan de latere bisschoppen, helemaal niets te maken hebben.

Wat deden zij? Als er in een landstreek van het Romeinse Rijk de pleuris uitbrak, of de pest, wat nogal eens voorkwam, dan vluchtte het overgrote deel van de bevolking. Behalve -zeg maar- christenen. Die waren niet fundamentalistisch, maakten geen onderscheid, niet orthodox, niks van dat alles. Maar: zij vluchtten niet want ze waren niet bang. Althans niet bang om besmet te raken of zelfs dood te gaan. En zij begonnen, als liefdedienst, de doden te begraven en de zieken te verzorgen. En dat werd in de toenmalige samenleving volstrekt krankjorum gevonden, maar wel wat ze hier zouden noemen "besonders nijschierrich"; ik weet daar zo gauw geen Nederlands woord voor.

De kerk is daarop het zicht helaas volstrekt kwijt geraakt en verkoopt alleen nog maar de bordjes. En huilt tranen met tuiten dat ze geen machtsfactor van belang meer is. Ik zou zeggen: Ophouden te janken. Dat deden ze vroeger, toen het jaar bij wijze van spreken nog gewoon op 1 maart begon, ook niet.

De Joodse psychiater en filosoof Viktor Frankl heeft een aantal concentratiekampen overleefd, inclusief Auschwitz. In tegenstelling tot nagenoeg zijn hele familie en zijn gezin. Later schreef hij dat hij daar iets bijzonders had gezien. De mensen in dat kamp waren namelijk volstrekt gelijkgeschakeld. Zelfde kleding; Zelfde slaapplaats, zelfde gore eten, geen naam maar een nummer getatoeëerd op dezelfde plek, dezelfde beroerde vooruitzichten. En toch, schrijft hij, reageerden mensen in dat kamp totaal verschillend. Er waren er die in staat waren hun medegevangenen te bestelen, die alleen aan zichzelf konden denken, en er waren er die hun leven wilden riskeren om een medegevangene te redden. Er waren in dat kamp twee soorten mensen. Fatsoenlijke en onfatsoenlijke.

Een paar weken geleden werd Annelies, mijn dochter, vijf euro afhandig gemaakt. Dat is via DWJM in de publiciteit gekomen. Zij heeft daarop talloze kaartjes gehad van mensen die het onbegrijpelijk en onbehoorlijk vonden. Er was zelfs een Drachtster kerstman, aan het handschrift te zien een kerstvrouw, die anoniem wil blijven, en die heeft vijf euro in een lieve kaart aan Annelies opgestuurd. Ik heb die envelop geopend en niks tegen Annelies gezegd, uiteraard..

Nee hoor, grapje! Er zijn gelukkig een groot aantal lieve en aardige mensen hier in Drachten, die heel wat voor anderen over hebben. Zij noemen zich lang niet altijd christelijk, maar dat kan mij geen fluit schelen. U hoort het goed: geen fluit. En Jezus ook niet. Misschien is dat zelfs wel béter. De kunst is te zien dat ze er zijn. En precies die linkse hobby, pardon...(!?) -precies die lévenskunst wens ik de inwoners van Drachten toe in 2011.

uitgesproken voor de microfoon van SmelnePodium op 29 december 2010

 

Geplaatst: Donderdag 2 december 2010 - 34 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Column Smelnepodium

De eerlijke vinder

Vanmiddag kwam mijn dochter thuis, in tranen. Zij zou van haar zakgeld een kadootje kopen voor een klasgenootje, in verband met Sinterklaas. Ze was vrolijk op haar fiets naar de Aktion gefietst en zette bij de winkel haar fiets op slot. Maar net toen ze haar sleutel in haar zak wilde doen en naar haar geld zocht waaide, door de harde koude wind, het briefje van vijf euro dat ze uit haar spaarpot bij zich had gestoken uit haar hand. Het wapperde vervolgens langs een volwassen man die daar ook stond. Hij zette zijn voet op het briefje van vijf, raapte het vervolgens op, en… stak het in zijn zak. Annelies zei tegen hem: “Dat is van mij meneer, het waaide uit mijn hand”. “Nee hoor, was het antwoord, ik heb het zelf eerlijk gevonden”, en de man stapte lachend in zijn auto en scheurde van de parkeerplaats bij de Aktion. Een meisje van twaalf jaar totaal verbouwereerd en in tranen achterlatend.

Wij hebben haar uiteraard weer een nieuwe vijf euro gegeven. Maar daarmee was het leed niet geleden. Ik merk dat dit voorval haar heeft geraakt. De wereld is voor haar besef een beetje veranderd. Wat minder mooi geworden. Hoe kan een volwassen man in vredesnaam zo oneerlijk zijn?

Vroeger bestond er een kerkelijk grapje. Als je twee jassen hebt en je geeft er ééntje van weg aan wie geen jas heeft, dan ben je een christen, maar als je geen jas hebt en je neemt er één van iemand die er twee heeft, dan ben je een communist.

Deze autorijder was naar mijn idee geen communist. En naar ik hoop geen christen, maar je weet maar nooit. Dat je vijf euro jat door het van de grond te graaien is tot daar aan toe, maar dat je voor die luizige vijf piek willens en wetens het vertrouwen van een kind te grabbel wenst te gooien vind ik eigenlijk ontzettend onbehoorlijk.

Goed, het waaide langs zijn broekspijpen en hij zette zijn grote poot erop. Had Annelies het maar niet uit haar handen moeten laten glippen. Misschien is het intellect van de man van zo’n niveau dat hij werkelijk vindt dat een langswaaiend bankbiljet van niemand is en dus van jou zodra je er een voet op hebt gezet. Wellicht dat hij diezelfde middag bij de benzinepomp te goeder trouw een pakje Marlboro ervan heeft gekocht. Dat van de reclame van die cowboy, dat rolmodel van de geëmigreerde westerling, die in Amerika voortdurend dacht: dit is van niemand en nu is het dus van mij. “Eerlijk zelf gevonden”.

En de voorbeelden begonnen over elkaar heen te tuimelen in mijn hoofd. Een Frans Electriciteitsbedrijf dat in Nederland een vergunning vraagt om zout te winnen, en die vergunning uiteraard krijgt van de ziekelijk op macht en invloed uit zijnde Verhagen, om dan onder de grond bij Pieterburen de zoutkoepels leeg te pompen, het zout vervolgens als waardeloze troep in de Eemshaven te laten weglopen en daarna frank en vrij vele vaten kernafval in diezelfde zoutkoepels te dumpen. Allemaal eerlijk en vergund.

Godbetere, wat zijn er toch veel dingen verrekt eerlijk in deze wereld!

Ik wens u een fijne Sinterklaas dit jaar, met veel zoetigheid en lekkers. Want geld moet rollen. En anders laat u het maar waaien. Er zijn blijkbaar mensen die een hoop plezier durven hebben van wat er zoal langs komt wapperen en van niemand lijkt te zijn.

Kinderen geen bezwaar...

 

 

(uitgesproken voor de microfoon van Smelnepodium, woensdag 1 december 19.00 - 20.00 uur)


« vorige pagina  |  resultaten 1-20 van 30  |  volgende pagina »