« vorige pagina  |  resultaten 21-29 van 29  |  volgende pagina »
Geplaatst op 21:57 om Maandag 2 mei 2011
FRUIT in MEI

In de groentetuin moet deze maand opnieuw aandacht worden besteed aan het bestrijden van ongedierte en planteziekten.
Bespuit appels begin juni met pirimor of derris de spint en herhaal dit om de veertien dagen, of bespuit ze half juni met een eidodend middel en drie weken later nog een keer.
Het is raadzaam om na enige tijd een estrijdingsmiddel tegen rode spint te gebruiken, want de beestjes worden er helaas snel immuun voor.
Fruitmot kan veel last bezorgen.
De larven worden soms in de appels aangetroffen.
Ze moeten gedood worden voor ze hun weg naar binnen eten door bij de tweede of derde behandeling met dipel, of behandelingen met een eidodend middel uit te voeren.
Twee keer, met een tussenpoos van veertien dagen, bespuiten met pirimor is in de regel wel afdoende tegen de bloedluis.
Het beestje dat zichzelf beschermt met wit schuim en er dan uitziet als een plukje watten.
In ernstige gevallen als het ongedierte de pirimor overleeft of als het gaat om een grote, aangetaste plek. kunnen de 'wattenplukken' aangestipt worden met een sterkere oplossing.
Gewoonlijk zijnde anti-schurftbehandelingen in maart, april en mei een waarborg voor gaaf. onaangetast fruit.
Als de fruittuin in voorgaande seizoenen echter veel last van schurft heeft gehad, is het verstandig om in juni nog een keer te bespuiten met captan.
Rode spint kan met een redelijk versterkend vergrootglas gelokaliseerd worden.
Onderzoek de onderkant van de bladeren van pruimen en reine-claudes en behandel ze op dezelfde manier als appels, als er inderdaad spint op voorkomt.
De rode pruimelarve is voor pruimen net zo schadelijk als fruitmot voor appels.
Pruimen die in de winter met vruchtboomcarbolineum zijn bespoten worden er meestal niet door aangetast; als dat niet gebeurd is moeten de bomen half juni met ovirex bespoten worden en twee of drie weken later nogmaals.
Gebruik nooit DDT, dat is ten strengste verboden.
Een ouderwetse maar effectieve manier om fruitmot en rode pruimelarven te voorkomen is het vangen van de rupsen tijdens hun winterslaap.
Neem een lap jute, vouw hem dubbel en wikkel hem rond de stam van de boom, direct onder het punt waar de zijtakken beginnen, en bind de lap met twee touwtjes vast.
De rupsen kruipen in de vouw van de lap die in de herfst weggehaald en verbrand kan worden.
Heeft u geen jute hij de hand gebruik dan repen golfkarton: de vogeltjes pikken die op zoek naar rupsen waarschijnlijk kapot voor u ze kunt verbranden.
Bespuit frambozen tien dagen na de volle bloei met nexion tegen de frambozenkever en herhaal de behandeling tien dagen later.
Als de frambozen ernstig zijn aangetast door de stenelvlekkenziekte moet u er wat colloidaal koper aan toevoegen.
Kijk de kruisbessen na op nieuwe zaag- vliegrupsen en bespuit zonodig met dipel. Knijp de bloesem af van frambozen en andere omhoog geleide vruchten die de afgelopen winter pas geplant zijn.
Late aardbeirassen waar de bloesem tot nog toe steeds vanaf is gehaald mogen nu doorbloeien.
Houd deze aardbeibedden onkruidvrij.
Een 5 cm dikke laag grasmaaisel of vochtig turf kan daarbij een goede hulp zijn en bovendien wordt het grondvocht daardoor vastgehouden.
Ventileer aardbeien op warme dagen onder teeltklokken.
Als kasmeloenen tot bovenin het ijzerdraad zijn geklommen moet de groeitop eruit gehaald worden, zodat de zijscheuten zich kunnen ontwikkelen.
Plant meloenen uit in koude bakken of onder teeltklokken, nijp ze in en leid vier zijscheuten naar de hoeken van de bak of zover mogelijk de teeltklok in.
Breek de 'dieven' uit de zijtakken van muurabrikozen, dat stimuleert de ontwikkeling van fruitsporen.
Muur-perziken en nectarines moeten nu voor de laatste keer uitgedund worden.
Of er veel of weinig van af moet wordt bepaald door de groeikracht van de boom.
Over het algemeen gaat men er van uit dat een muurboom één vrucht per 30 vierkante centimeter muur kan dragen; gaat het om erg krachtige bomen dan houdt men één vrucht per 22 cm aan.

Struikvormige perziken worden vaak helemaal niet uitgedund, maar het is verstandiger om dat wel te doen.
Niet alleen gaat de kwaliteit van het fruit erop vooruit, ook neemt de kans op normale vruchtdrachten toe als een hele zware vruchtdracht wordt uitgedund tot de vruchten een handbreedte uit elkaar hangen.
Ook waar het om appels, peren en pruimen gaat die erg dicht op elkaar groeien is het lonend om ze uit te dunnen.
De vruchten die overblijven zullen beter van smaak en grootte zijn.
Daarnaast betekent uitdunnen ook dat de dracht van volgend jaar minder zwaar is en dat de takken veel minder snel zullen afbreken.
Bij appels en peren begint u met het wegknippen van de 'kroonvruchten'.
U zult zien dat er in elke tros vruchtjes telkens één is die groter is dan de andere: de 'kroonvrucht' die echter lang niet zo goed is als hij eruit ziet.
De 'kroonvruchten' blijken later vaak slecht gevormd te zijn.
Appels en peren met plekken en misvormde exemplaren behoren ook verwijderd te worden.
Hetzelfde geldt voor pruimen.
Na het weghalen van de slechte en beschadigde vruchten moet u wachten tot na de 'natuurlijke' uitdunning in juni.

Dun de stengels van herfst-frambozen uit zodat alleen de sterkste overblijven.
U kunt ze met een schoffel uit de grond lichten, maar doe dat wel voorzichtig want frambozen wortelen vlak onder de grond.
Daarom kunt u onkruid ook beter met een bestrijdingsmiddel behandelen.
Zorg dat jonge frambozen goed opgebonden worden.
Tegen het eind van de maand moeten de zijscheuten van kruisbessen en rode en witte bessen worden teruggesnoeid tot het vijfde blad.
Dit bericht is verwijderd.
Geplaatst op 20:10 om Dinsdag 3 mei 2011
DE KAS IN MEI

Dahlia's, geraniums, fuchsia's, zinnia's, vuursalie (Salvia spiendens), canna's, struikbegonia's en heliotropen kunnen nu, als ze zijn afgehard, vanuit de koude bak

naar de tuin overgebracht worden.
Als u te veel planten hebt moet u er een paar in middelgrote potten oppotten en in de kas zetten.
Geraniums kunnen heel goed tot de winter bewaard worden door tot eind september alle bloemknoppen eruit te halen.
De lege bakken kunnen nu gebruikt worden voor de potplanten voor volgend jaar zoals cyclamen, de Primula obconica, de Primula malacoides, cineraria's en

calceolaria's of pantoffeltjes, zodra ze in hun laatste pot staan.
Sommigen staan al in potten van 8 cm, maar anderen staan nog in dezelfde waarin ze verspeend zijn.
Deze laatste moeten ook afzonderlijk opgepot worden in compost, voordat de bladeren elkaar raken.
Zorg dat de wortels vochtig zijn voor ze gepot worden, druk de compost een beetje aan en laat aan de bovenkant een centimeter vrij om water te geven.

Plantjes zonder duidelijke stelen, moeten niet te diep in de pot gezet worden.
Plantjes die al in kleine potjes staan kunnen overgepot worden zodra de wortels in de af voergaten zichtbaar zijn.
Nadat de plantjes water hebben gehad worden ze uit de pot geklopt en overgeplant in grotere (12 tot 15 cm), ook gevuld met compost. A
ls de plantjes opgepot zijn moet er bovenin nog 2 cm vrij zijn om makkelijk water te kunnen geven.
Zet ze dan een paar dagen in de schaduw houd ze vrij droog; breng ze daarna over de koude bak.
Ze groeien er beter en hebben minder water nodig als ze tot aan de rand in een mei van turf, zand en gezeefde aarde staal alleen in turf en zand.
Zet de planten niet te dicht op elkaar, de bladeren mogen elkaar niet raken.
Ventileer goed en bescherm ze tegen de volle zon.
Het oranjeappelboompje (Solanum capsicastrum) moet op dezelfde wijze opgepot en ingegraven worden maar voeg in elke pot n snufje Engels zout (bitterzout)

toe.
Tegen de tijd dat de plant kleine witte bloemetjes krijgt moet hij geregeld met water besproeid opdat er mooie appeltjes aan komen.
Als de laat bloeiende planten in de koude bak staan kan de kas gebruikt worden voor de zomer-bloeiers zoals gloxinia's en knolbegonia s
Om grote bloemen te krijgen moet u ze bemesten zodra de wortels de pot gaan vullen.
Geef liever vaak een lichte dosis dan een sterke oplossing met lange tussenpozen.
U moet altijd bemesten als de aarde vochtig is.
Bescherm deze en andere zomerbloeiende potplanten tegen de volle zon.
Houd de kas nat en ventileer goed tijdens warme dagen.
Potchrysanten die buiten staan moeten nu opgebonden worden om niet door de wind beschadigd te worden.
Gebruik bloemstokken van 1,20 tot 1,50 meter, afhankelijk van de varieteit en zet een twee of drie stokken in elke pot.
Als u er een gebruikt moet u hem rechtop zetten en hem horizontaal tussen twee palen gespannen ijzerdraad vastbinden.
Als u drie stokken gebruikt moet u ze schuin in de aarde steken en twee vastbinden.
Potchrysanten moeten met zorg behandeld worden: geef ze steeds zoveel water dat de aarde everzadigd is.
Azalea's die u van vorig jaar bewaard hebt kunnen nu naar buiten.
Zet de pot tot aan de worden rand in turf of kalkvrije aarde geef flink water en bespuit hem met onthard water - bij U voorkeur regenwater.
Tomaten hebben naarmate ze groter worden :- meer water nodig.
Haal de zijscheuten regelmatig weg en besproei de planten dagelijks met water.
Kaskomkommers moeten gesnoeid worden als ze ongeveer 1.20 meter hoog zijn of als ze boven het ijzerdraad uit groeien.
Verwijder de bloemen van de hoofdstengels en alle mannelijke bloemen (dat zijn de niet-vrucht- dragende bloemen).
Als de komkommers te voorschijn komen, moeten ook alle scheuten tot het tweede blad vanaf de vrucht gesnoeid worden.
Geplaatst op 22:10 om Vrijdag 6 mei 2011
VASTE GEWASSEN IN MEI

De tulpen die in mei gebloeid hebben, moeten zodra de bloemen gaan verwelken verwijderd worden om plaats te maken voor borderplanten.
Als de bollen niet worden, behoren de rottende bladeren en bloemen weggesneden te worden, want aangetaste tulpen kunnen de grond besmetten.
Als de grond vrij is, moet er mest worden voor u er nieuwe planten in zet.
Zinia's, asters, petunia's, dahlia's, afri] cosmos-hybriden, penstemons (slangenkoppen), knolbegonia's en eenjarige begonia's, ageratums (leverbalsem), nemesia's, loblia's, violieren, salie, heliotropen en nicotinia (siertabak) zijn slechts enkele soorten die geplant kunnen worden.
Violieren, siertabak en heliotroop ruiken heerlijk en moeten vooraan in de border geplant worden, maar niet te dicht op elkaar want de afzonderlijke geuren moeten herkenbaar blijven.
Tagetes (afrikaantjes) en lobelia's ook beter voorin gezet worden.
Met hun ruige groei en heldere bloemen zijn ze heel geschikt, als randbegroeiing.
Bladplanten die nu in de border gezet kunnen worden zijn o.m. de wonderboom (Ricinus 60 tot 120 cm) met zijn grote, de paarse, groene of bronskleurige bladeren, Cineraria maritima met prachtige zilverkleurige bladeren (22 tot 30 cm) en de Sinecio cineraria die wittige, facetachtig ingesneden bladeren heeft.
Tuingeraniums worden zelden in de border toegepast, maar toch staat een enkele geranium heel aardig tussen de vaste planten en zorgt tot diep in de herfst voor een kleurige toets.
Tuinfuchsia's in de border kunnen ook een decoratief resultaat laten zien, vooral omdat de mooie bloemen meestal een eind boven de andere planten uitsteken.
Tot juni moeten de fuchsia's onder glas blijven, daarna kunnen ze met pot en al in de grond gezet worden, ze zijn er in de herfst dan ook weer makkelijk uit te halen als ze vorstvrij moeten staan.
De meeste vaste planten kunnen worden vermeerderd door buiten in te zaaien.
Erg kleine zaadjes kunnen beter in de koude bak gezaaid worden.
Zaaien is verreweg de goedkoopste manier om de border van nieuwe planten te voorzien.
Maak de grond in het zaaibed goed los, hark de bovenlaag aan en strooi het zaad uit in rijen (15 tot 20 cm uit elkaar).
Merk iedere rij met een plastic plaatje waarop de naam en de hoogte van de plant is aangegeven want in het rijen zijn ze moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Bekende vaste planten die op deze wijze vermeerderd kunnen worden zijn voorjaarsmargrieten (Doronicum orientale, 45 tot 60 cm hoog), akeleien (aquilegia, 45 cm), ossetongen (anchusa, 120 cm) en de Campanula pyramidalis (90 tot 120 cm)
De Campanula -icifo1ia (60 cm), tuinanjers (60 cm), grootbloemige margrieten (Chrysanthemum maximum, reuzenhybriden 110 cm en kleinere variëteiten van 45 tot 75 cm), riddersporen (deiphinium, 75 tot 90 en 120 tot 150 cm), nagelkruid (deum, 60 cm) en heuchera-hybriden (45 cm).
Andere soorten zijn: papavers, roze, vuurrood en bloedrood van kleur (75 cm), de vlammend rode Lynchnis chalcedonica, ook wel brandende liefde genoemd (90 cm), lupine (de kleine 60 tot 75 cm, de grote 90 tot 120 cm), luizenbloemen of meisjesogen (coreopsis, 45 tot 110 cm), stokrozen (150 tot 180 cm) en herfstasters (75 tot 90 cm).
Niet alle vaste planten ontkiemen even snel.
Akeleizaad doet er soms wel een half jaar over.
Als u eerder in het jaar riddersporen gestekt hebt moet u de eerste bloei-aar verwijderen voor u ze rond half juni buiten plant.
Ga tot eind juni door met het bemesten van volgroeide planten met vloeibare mest.
Verwelkte bloemen moet u meteen weghalen.
Winterharde eenjarige planten moeten deze maand worden uitgedund anders is de kans groot dat ze kiemschimmel krijgen.
Geef iedere plant genoeg ruimte om zich te ontwikkelen; een onderlinge afstand van 15 tot 22 cm is voor clarkia' s en zomerazalea's niet te groot.
Andere eenjarige planten zoals violieren en vlas (linum) kunnen 5 cm uit elkaar gezet worden.
Clarkia- en godetiazaailingen zijn meestal nogal lang en sprietig en het is daarom raadzaam om de groeitop uit de hoofdstengels te halen opdat er zijscheuten aan komen.
Lelies hebben gedurende de groeiperiode veel water nodig.
Giet het water op de aarde, niet op de planten, en zorg dat de bovenlaag (tot een diepte van vijftien centimeter) vochtig is.
Een dek van bladaarde of vochtig tuinturf helpt tegen het verdampen.
Nagenoeg alle lelie-variëteiten vinden het prettig als ze ongestoord kunnen wortelen.
Dit kunt u bereiken door er eenjarige of vaste dwergplantjes met hele korte wortels bij te zetten.
Lange lelies met zware bloemhoofdjes moeten opgebonden worden als ze niet beschut staan; maak iedere stengel met een touwtje losjes aan een bloemstok vast. Bespuit ze om de tien dagen met insekticide om ze tegen ongedierte te beschermen.
Laat anjers niet los heen en weer zwiepen maar maak de stengels met ijzeren ringetjes (in de handel verkrijgbaar) vast aan bloemstokken van ongeveer 60 cm hoog.
Anjers hebben baat bij een bemesting met roet die drie of vier maanden afgedekt bewaard is.
Gebruik 150 gram per vierkante meter.
Vroegbloeiende chrysanten kunnen nog steeds geplant worden, 35 tot 45 cm uit elkaar.
Chrysanten mag u nooit laten verdrogen, dit veroorzaakt een verharding van de stengel en vertraagt de groei.
De planten kunnen gesnoeid worden door de top van de hoofdstengel vlak na het uitplanten te verwijderen.
Geplaatst op 22:20 om Vrijdag 6 mei 2011
HEGGEN IN MEI

Bloeiende heggen zijn in juni op hun mooist. Jasmijn-, berberis-, vuurdoorn-, rhododendron- en rozenhagen leveren een kleurige bijdrage aan de tuin.
Rozenhagen worden de laatste tijd steeds vaker toegepast en u moet er in de komende zes weken zeker een paar gaan bekijken.
Veel rozestruiken zijn prima haagplanten.
Floribunda's zijn er door hun groeikracht en sterkte bij uitstek geschikt voor.
Tot de beste vormen behoren de dieprode 'Frensham' met halfgevulde bloemen, de 'Queen Elizabeth' met een uitbundige hoeveelheid roze rozen die enigszins op theehybriden lijken en 'Masquerade' met grote roze, gele of rode bloemtrossen.
De hybriden van de Rosa rubiginosa. de egelantier, zijn met hun geurig gebladerte en hun rijke bloei al jaren heel geliefde haagstruiken.
Hoewel ze veel korter bloeien dan de floribûnda's maken ze dat goed met hun overdaad van bloemen.
De hybriden vormen een duidelijke verbetering op de egelantier zelf. Er zijn verschillende vormen; o.m. 'Amy Robsart' met rozerode bloemen, de vuurrode 'Anne of Geierstein' en de helderrode 'Magnifica', alle halfgevuld.
'Lady Penzance' heeft koperkleurige, enkele bloemen en is een van de opvallendste hybriden.
Alle bloemen zijn sterk geurend.
Veel ouderwetse parkrozen zijn ook heel geschikt als haag.
Door hun groeiwijze zijn ze ideaal voor een ietwat wildere haag.
Een schitterende soort is de Rosa xanthina die in juni bloeit en met zijn sierlijke gebogen bloeitakken beladen met enkele bloemen, geel van kleur en heerlijk geparfumeerd, een magnifieke haag vormt.
De Rosa centifolia (honderdbladige roos) en de variëteiten daarvan staan pas tegen het eind van de maand in bloei maar houden dit ook de hele maand juli vol.
De rozen zijn zachter van kleur dan die van de R. xanthina of de egelantier-hybriden.
De vormen 'Chapeau de Napoleon' en 'Fantin Latour' zijn heel zacht roze.
De Rosa rubrifolia heeft bietrode bladeren waar een grijzige dauw op ligt, zoals bij kasdruiven, en is daardoor vrij opvallend.
De kleine, roze roosjes stellen niet zoveel voor, maar de bladkleur is zo apart dat een haag van R. rubrifolia tocht heel bijzonder is.
En juist omdat de schoonheid door het blad gegeven wordt hebt u er de hele zomer en herfst plezier van.
'Zéphyrine Drouhin', de 'roos zonder doornen', is een oude vorm van de klimmende polyantha en heel geschikt om er een tuinmuur mee te laten begroeien. 'Mme Pierre Oger', een prachtige Bourbon-roos met schelproze bloenen, doet het ook erg goed tegen een muur.
Beide bloeien bijna de hele zomer en herfst door.
De 'Maiden's blush', een heel bekende variëteit van de Rosa alba, heeft grijsgroene bladeren die mooi contrasteren met de zacht-roze bloemen.
Rozenhagen behoeven slechts eens per jaar, in mei, licht gesnoeid te worden waarbij alleen het dode of zieke hout wordt weggehaald en de haag in vorm geknipt wordt.
Door van een rozenhaag te veel af te halen gaat het karakteristieke ervan verloren en neemt de - meestal - rijke bloei af.
Vanaf juni regelmatig bespuiten tegen schimmelziekten, meeldauw en bladluis is noodzakelijk.
U kunt er verschillende bestrijdingsmiddelen voor gebruiken.
Sommige tuiniers combineren twee of drie middelen zodat de rozen in een keer tegen alle mogelijke ziekten en insekten beschermd zijn, anderen doen dat liever niet.
Laat u hierover adviseren.
Geplaatst op 20:38 om Vrijdag 13 mei 2011
Kamerplanten in mei

De zon wordt deze maand voor de meeste kamerplanten te heet.
Haal ze daarom weg van ramen op het zuiden en zet ze ergens neer waar ze maar enkele minuten per dag in de felle zon staan.
U moet ze nu al bijna evenveel water geven als in de zomer.
Sommige kamerplanten hebben bovendien een dagelijkse sproeibeurt nodig.
Mei is een goede maand om te stekken en te zaaien.
Veel kamerplanten ontkiemen alleen in een erg'warme, vochtige omgeving.
Als u geen kas of kweekbak hebt is het daarom beter om u te beperken tot gemakkelijke soorten, zoals de cactus, het vlijtig liesje, de coleus en de gloxinia.
Tenzij u een huis vol jonge plantjes wilt hebben kunt u beter met een paar zaadjes in een potje beginnen en er later eventueel nog meer bij zaaien.
Gebruik goede, steriele potaarde of veencompost, strooi er twee of drie zaadjes op en leg er dan nog een heel dun laagje compost op, zodat ze nog net niet bedekt zijn.
Houd de pot daarna tot aan de rand in een emmer met water tot de bovenste laag compost donker wordt en laat hem uitlekken.
Leg er daarna een glasplaatje op of doe de hele pot in een doorzichtige plastic zak en sluit die goed af.
Als de zaadjes ontkiemd zijn en groot genoeg om gehanteerd te worden, moeten ze verspeend en verpot worden.
Stekjes van de stengel worden dicht onder een bladoksel van de plant afgenomen.
Ze moeten ongeveer 15 cm groot zijn.
Als de onderste blaadjes eraf gehaald zijn worden de stekjes eerst in hormoonpoeder gedoopt - dat versnelt de wortelvorming en dan rond de binnenrand van een pot met veencompost of vochtig zand gezet.
Houd de grond goed nat en laat de pot in de schaduw staan tot de stekjes gaan groeien.
Haal er één uit en, als de wortels zich ontwikkeld blijken te hebben kunnen de stekjes ieder in een eigen pot.
Deze manier van stekken kan ook worden toegepast op de klimop.
De bladstekmethode is o.m. geschikt voor het Kaaps viooltje, de gloxinia en de Begonia rex.
Haal een gezond blad met bladstengel van de plant en steek de stengel tot aan het blad in de potgrond, bij voorkeur in vochtige veencompost.
U kunt ook het blad in een klein flesje of smal glas met water zetten, wachten tot er worteltjes aankomen en het dan oppotten.
De grote begoniabladeren kunnen op weer een andere manier gestekt worden.
Leg het ad op een pot of bak met vochtige aarde en maak hier en daar kleine sneetjes in de hoofderven.
Prik het blad dan met tandenstokers haarspelden vast op het zand.
De nieuwe plantjes groeien uit de sneetjes in de nerven, mits het blad voldoende in aanraking met het zad komt.
Het zand mag beslist niet uitdrogen.
Kamerplanten doen het minder goed naarmate ouder worden.
Daarom is het verstandig om alvast jonge planten uit stekjes op te kweken zodat ze gedurende de zomer groot en sterk kunnen worden en daardoor opgewassen zijn tegen de moeilijke winterperiode.
Geplaatst op 20:39 om Vrijdag 13 mei 2011
Gazons in mei

Een nieuw gazon, of het nu gezaaid is of gelegd, heeft deze maand veel zorg en aandacht nodig om goed te kunnen groeien en er in de zomer gezond uit te zien.
Het gras is het eerste jaar nog heel kwetsbaar, maar het moet wel egaal van kleur zijn, vrij van onkruid en een lust voor het oog.
Als het langer dan 2 tot 3 dagen erg warm en zonnig is en de bovenste grondlaag begint uit te drogen, moet het nieuwe gazon water hebben: niet elke dag een snelle sproeibeurt; maar om de andere dag zoveel dat de grond helemaal doorweekt is.
U moet uiteraard water geven voordat het gazon bruine plekken krijgt, dus wacht nooit te lang.
Het kan het best en makkelijkst gebeuren door een gazonsproeier op de slang aan te sluiten.
Gazonsproeiers zijn er in veel soorten en maten kies de sproeier die het geschiktst is voor uw tuin.
Als het water niet goed in de grond lijkt door te dringen, kan dit verholpen worden door gaatjes in het gazon te prikken met een tuinvork of met gazonprikker.
Een nieuw gazon van graszoden mag absoluut niet uitdrogen, want daardoor worden de randen van de zoden lelijk en zullen ze nooit meer goed tegen elkaar aansluiten.
U moet er echter ook voor oppassen dat u het gazon weer niet te veel water geeft, omdat daardoor kiemschimmel of smeul zou kunnen ontstaan, een heel nare gazonziekte, waar het jonge gras niet ongeschonden vanaf komt.
Onder redelijke weersomstandigheden kan een gazon herstellen van een lichte smeulaanval, maar als de schimmel zich over het hele gazon verspreidt moet er een schimmeldodend middel gebruikt worden.
Raadpleeg uw tuincentrum voor een geschikt preparaat.
Als door kiemschimmel of een andere oorzaak kale plekken in het gazon komen, moet de grond daar schoongemaakt, bewerkt en opnieuw ingezaaid worden.
Bedek de ingezaaide plekken daarna met een laagje fijne aarde, druk alles met een plank goed aan en span er zwart draad overheen of maak met takken een soort kooi om de vogeltjes van het zaad weg te houden tot het gras ontkiemd is.
Door de grond goed te bewerken voor het gazon aangelegd wordt, kunt u onkruid voor een groot deel voorkomen maar nooit helemaal.
Als u in uw nieuwe gazon hier en daar wat onkruid ziet groeien, moet u daar meteen iets aan doen voor het zich gaat verspreiden.
Een onkruidbestrijdingsmiddel mag echter pas toegepast worden als het gazon ten minste drie maanden oud is. In het begin kunt u het onkruid er beter zelf uittrekken.
Dat gebeurt als volgt: met de ene hand houdt u het jonge gras tegen en met de andere hand trekt u het onkruid uit de grond.
Door het nieuwe gazon geregeld licht te maaien voorkomt u dat het onkruid groeit en zaad gaat produceren.
Het nieuwe gazon moet regelmatig gemaaid worden zodat het gras niet hoger dan 2,5 tot 3 cm wordt.
Laat u het te lang doorgroeien dan moet u er in een keer erg veel vanaf halen en daar kan het jonge gras niet goed tegen.
Het is goed om het gazon steeds in een andere richting te maaien.
Tijdens het maaien behoort het gras verzameld te worden in een bak op de maaimachine.
Het maaisel is een welkome aanvulling voor de composthoop in de tuin.
Een nieuw, gezaaid gazon heeft baat bij een maandelijkse laag van half-om-half tuinzand en grof turf.
Hierdoor krijgt het een glad, effen oppervlak en bovendien groeit het gras er beter door. -
Gazons die al een jaar of langer bestaan, moeten tussen mei en begin september ten minste eens in de week en soms - als het gras snel groeit - zelfs twee keer in de week gemaaid worden.
Een echt mooi gazon, samengesteld uit de beste gazongrassen, moet heel kort gehouden worden (1 tot 1,2 cm); een niet zo egaal gazon kan iets minder kort gehouden worden (1,2 tot 2,5 cm) terwijl een gazon van raaigras niet korter dan 2,5 cm mag zijn.
Als er niet vaak genoeg gemaaid wordt, verliest het gazon zijn groeikracht doordat er dan te veel ineens afgehaald wordt.
Raap het maaisel altijd op en doe het bij de composthoop zodat onkruid en wormen geen kans krijgen.
Op lichte, goed gedraineerde grond moet u na drie tot vier warme, droge dagen water geven.
Als het weer lang achter elkaar erg droog is, moet het gazon om de twee, drie dagen flink nat gemaakt worden; dat is beter dan elke dag een paar minuten sproeien.
Als het gazon vol met onkruid is, of zelfs als er alleen op enkele plaatsen wat groeit, moet u deze maand een onkruidverdelgingsmiddel gebruiken.
Een selectief bestrijdingsmiddel (daardoor wordt alleen het onkruid aangetast en niet het gras) komt het meest in aanmerking en kan in vloeibare vorm worden aangebracht met behulp van een gieter met een fijne straalverdeler, sproeipompje of een spuitbus.
Hoe u het ook doet, kies er een niet te warme, windstille dag voor uit als de grond vochtig is.
Verdeel het verdelgingsmiddel gelijkmatig over het hele gazon, maar wees voorzichtig dat er niets op andere planten terecht komt.
Als u de tuingieter hebt gebruikt, moet u hem daarna dan grondig omspoelen.
Hardnekkig onkruid heeft soms wel twee of drie behandelingen met een verdelgingsmiddel nodig.
Vaak helpt het ook als u het gazon ongeveer tien dagen voor de behandeling bemest.
Door over het gazon kalkammonsalpeter en ijzersulfaat uit te strooien wordt onkruid en mos ook effectief bestreden en deze behandeling geeft het gras tegelijkertijd een nieuwe stimulans.
Het mag alleen op vochtige grond gebruikt worden en moet met water begoten worden, als het twee dagen later nog niet heeft geregend.
Drie weken later kan het dode onkruid opgeharkt worden en eventueel een tweede laag worden aangebracht, als de eerste behandeling nog geen resultaat had.
Geplaatst op 21:33 om Maandag 30 mei 2011
Paden, muren & afscheidingen in mei

Deze maand groeien de klimplanten tegen en over muren en schuttingen ineens bijzonder hard.
Het is daarom van belang om even controleren of alles nog stevig staat en of er niets door de herfst- en winterstormen schade heeft opgelopen.
Ook moet u nagaan of steunen voor de klimplanten nog stevig vastzitten.
Veel klimmers worden juist hun weelderige groei gekozen, maar daardoor
zijn ze ook wel erg zwaar en schuttingen moeten daar wel op berekend zijn.
De Polygonum baldschuanicum, verwant aan de bruidssluier of architectentroost, heeft mooie roomwitte bloempluimen maar ook zo'n overdadige groei dat hij eigenlijk tegen een schutting aangezet mag worden.
Een sterke muur, een haag of een oude boom zijn geschikter voor deze klimmer die in staat is het dak van een garage op te lichten.
Toch is de P. baldschuanicum door zijn snelle, bijna agressieve groei heel geschikt om er lelijke oppervlakken mee te bedekken.
Een schutting staat alleen stevig als de steunpalen stevig staan.
Als deze echter onder de grond gaan rotten, kan de schutting geen
weerstand meer bieden aan de wind en gaat voor- of achterover leunen en klapt op den duur helemaal om.
Let er daarom op dat de schuttingpalen sterk zijn, niet kunnen rotten en stevig in de grond staan.
Als u een nieuwe schutting neerzet of laat neerzetten bent u toch al gauw veel geld kwijt en kunt u er beter iets meer voor uittrekken en de palen in cement verankeren.
De schutting gaat dan minstens tien jaar langer mee.
Als dit om de een of andere manier niet mogelijk is, kunt u het onderste deel van de palen in kokende pek dopen.
Behandel ze daarna met creosoot of ander beschermingsmiddel of zet ze met stalen klemmen vast.
Bedenk echter wel dat creosoot voor iedere plant de onmiddellijk dood betekent.
Als er ook maar één blaadje mee in aanraking komt, sterft de plant.
Sommige planten kunnen zelfs de lucht van creosoot niet verdragen.
Als u er de schutting of de palen mee behandeld hebt, moet u minstens een aantal maanden wachten voor u er planten tegenaan of tegenop kunt alten groeien.
Er zijn tegenwoordig zoveel schuttingen dat het niet te doen is ze te bespreken en hier de voor- en nadelen te benoemen.
Probeer wel altijd een schutting zo laag mogelijk te houden; een hoge schutting vangt natuurlijk meer wind en loopt daardoor meer schade op.
Een lage schutting verhogen kan door er een latwerk op te plaatsen.
Latwerk en klimgaas komen trouwens ook van pas als er in de tuin iets aan het oog onttrokken moet worden.
Zo kunnen de olie/gastank of de vuilnisbakken afgeschermd worden met panelen van gaas waar clematis, klimop of forsythia tegenaan groeit.
Vooral als het plaatsen van een schutting of afscheiding allereerst met het oog op uw privacy gebeurt en niet zozeer als beschutting tegen de elementen, moet u zich realiseren dat een lichte, eenvoudige schutting evenveel beschutting biedt tegen buurmans priemende blikken als een massieve.
Er bestaat tegenwoordig geen enkele reden om per se een houten schutting te kiezen.
Er zijn uitstekende kunststofmaterialen die ervoor gebruikt kunnen worden.
Sommige daarvan zijn zelfs doorzichtig waardoor de tuin meer licht krijgt en ze hebben bijna allemaal dezelfde lange levensduur.
Geplaatst op 21:41 om Maandag 30 mei 2011
Patio's, balkons, daktuinen & bloembakken in mei.

Mei is meestal de eerste maand waarin u van uw daktuin, patio of balkon kunt genieten.
Bloembakken kunnen nu gevuld worden zonder dat u bang hoeft te zijn voor de vorst.
Hoe goed u alles van tevoren ook uitdenkt, als u eenmaal van de patio, de daktuin of het balkon gebruik kunt maken merkt u vast dat er nog iets ontbreekt.
Omdat bijna alle planten er in een bak moeten staan, moet daar bij het uitzoeken wel rekening mee worden gehouden.
Maar er blijft een ruime keuze.
Er zijn zelfs bomen en heesters die in bakken groeien, het spreekt echter vanzelf dat deze in een grote bak moeten staan.
Geen enkele bak hoeft evenwel groter of dieper te zijn dan een bloempot met een diameter van 30 cm. Sommige boomsoorten worden op een gegeven moment te groot voor het balkon - dat geldt in iets mindere mate voor de daktuin of de patio - maar die kunnen dan in de tuin (als u die hebt) geplant worden.
Aan de andere kant zullen bomen en struiken die lang in een bak staan zich aanpassen aan de beperkte wortelruimte en gewoon wat minder groot worden.
De sierlijke Japanse esdoorn. Acer palmatum, die in de lente prachtige zachtgroene bladeren heeft en later in het jaar schitterende herfstkleuren, heeft veel variëteiten die bij uitstek geschikt zijn voor de patio, de daktuin of het balkon.
Het zijn langzame groeiers: ze blijven vrij klein en ze zijn mooi om naar te kijken.
Zet ze zo mogelijk iets in de schaduw en bescherm ze tegen harde wind.
De Aucuba japonica of broodboom heeft een aantal variëteiten die eigenlijk overal groeien, soms zelfs in een bloembak.
Het is een winterharde, groenblijvende heester.
De A. japonica variëgata heeft goud gespikkelde bladeren.
Alle aucuba's zijn besdragend.
Camelia's zijn uitstekende bakplanten.
Op elke daktuin, balkon en patio zouden eigenlijk één of twee exemplaren moeten staan.
Ze bloeien vroeg in het jaar en bestaan in veel kleuren en soorten.
De bloemen zien er heel delicaat en kwetsbaar uit, maar zijn in werkelijkheid erg sterk en kunnen veel verdragen.
Camelia's hebben een voedzame, wat zure grond nodig.
Door de verbeterde camelia-cultuur zijn er de laatste jaren veel variëteiten ontwikkeld die niet zo duur zijn. Houd de wortels vochtig en besproei de planten op warme dagen.
De Fatsia japonica (het is opvallend hoeveel kleine bomen en heesters oorspronkelijk uit Japan komen) geeft de patio of daktuin een bijzonder effect.
De Fatsiaa japonica heeft grote, glanzende bladeren en is makkelijk te houden.
Hoewel er geen bloemen van betekenis aan komen is het toch een plant die door de grootte en de vorm van zijn bladeren en door zijn felkleurige besjes een opvallende verschijning is.
Het maakt weinig uit in wat voor grond of op welke plaats u de F. japonica zet.
Hij kan er zelfs tegen als zijn wortels een tijdje droog staan.
Hydrangea's of waterstruiken hebben grote bloeischermen en doen het prima in een bak zolang u de wortels niet laat uitdrogen.
Zet ze in de halfschaduw en geef ze vaak en veel warm water.
Als de hydrangea met zorg behandeld wordt, is het een van de mooiste en dankbaarste planten die u hier kunt hebben.
Omdat patio's, balkons en daktuinen geen echte tuinen zijn, moet u ook niet proberen ze daarop te laten lijken. Integendeel, het is beter er een strak, geordend geheel van te maken.
In vorm gesnoeide struiken en boompjes doen het erg aardig in zo'n omgeving.
U kunt er liguster, kamperfoelie (de Lonicera nitida) of laurier voor nemen.
Vaak zorgen een of twee van deze kunstsnoeiwerkjes voor een effect dat de patio, de daktuin ergens midden in de stad of het balkon vierhoog anders dan andere maakt.
De genoemde soorten groeien makkelijk en kunnen meestal al enigszins in vorm gekocht worden.
U kunt beter afzien van fantasie- of dierfiguren - dat is heel moeilijk en brengt veel werk met zich mee.
Houd het bij bol- of kegelvormen.
Alle lente-bloeiende bolplanten zoals hyacinten, narcissen en tulpen kunnen in een bak geplant worden.
Kies in verband met de wind soorten die niet al te hoog worden.
Zet ook eens lelies in een pot, u zult er een goed resultaat mee bereiken en u kunt ze krijgen in een reeks van prachtige kleuren en geuren.
Ze moeten wel opgebonden worden maar dat kan heel onopvallend gebeuren zodat de bloemstok niet in het oog springt.
Veel eenjarige planten kunnen deze maand direct in patiobakken gezaaid worden; u hebt dan later in het jaar ook nog bloemen.
De zaden zijn over het algemeen goedkoop en overal te krijgen.
Het is daarom geen ramp als niet alles opkomt.
Geschikte eenjarigen zijn: alyssum of schildzaad; campanula's, nigella's of juffertjes-in-het-groen; muurbloemen; vergeet-mij-nietjes; viooltjes; set bloemen, reseda's, anjelieren, Japanse anemoontjes, Arabis-soorten en armeria of Engels gras.
U kunt beter laagblijvende planten kiezen hoge, en zorg ervoor dat ze nooit droog staan.
Kleine plantjes kunnen heel goed aan de van bomen en struiken worden geplant.
Ook kunt u naast een grote bak waar een struik staat een paar kleinere bakken bloeiende plantjes neerzetten, waardoor de groene struiken een kleurige toets krijgen.
« vorige pagina  |  resultaten 21-29 van 29  |  volgende pagina »